Dotatie na afloop boekjaar kan niet zomaar

Een dotatie aan een voorziening in een bepaald boekjaar is niet meer mogelijk als het voornemen voor die dotatie pas na afloop van het betreffende boekjaar is ontstaan. In een recente zaak bij de Haarlemse rechtbank wilde een bv achteraf de verplichte vrijval van een herinvesteringsreserve (HIR) compenseren door een dotatie aan de pensioenvoorziening van de dga. Daarvoor bleek het echter te laat.

5 april 2013 | Door redactie

Een HIR mag in principe slechts drie boekjaren op de balans blijven staan. Is de reserve na die termijn niet gebruikt, dan valt deze verplicht vrij ten bate van de winst. In deze zaak had een bv in 2007 een HIR gevormd van bijna € 250.000, bestaande uit de boekwinst bij verkoop van een pand. Eind 2010 was er nog geen nieuw pand aangeschaft en stond de HIR nog steeds op de fiscale balans.

Verplichte vrijval HIR

Dat accepteerde de inspecteur niet. De termijn van drie boekjaren was immers verstreken. De bv kreeg dan ook een aanslag vennootschapsbelasting over 2010 waarbij de HIR geheel was vrijgevallen. In een briefwisseling met de inspecteur liet de dga weten dat hij wegens de slechte markt nog geen geschikt vervangend pand had kunnen kopen. In plaats daarvan wilde hij in het jaar 2010 alsnog een grote dotatie doen aan zijn pensioenvoorziening, om zo de ontstane winst door vrijval van de HIR te drukken.

Pensioentoezegging pas na afloop boekjaar

De inspecteur wilde daar niets van weten: het aanwenden van een HIR om een pensioenvoorziening te vormen is niet toegestaan. Ook de Rechtbank Haarlem handhaafde de aanslag, zij het op andere gronden. Volgens de rechters had de dga niet bewezen dat het voornemen voor de pensioentoezegging al in 2010 bestond. Daardoor kon dit voornemen geen invloed meer hebben op de winst over 2010.
Rechtbank Haarlem, 21 maart 2013, LJN:BZ5571