Gedragsregels ‘concurrerende’ overheid worden permanent

Overheden die ‘de markt op’ gaan moeten zich houden aan gedragsregels, om oneerlijke concurrentie te voorkomen. Deze gedragsregels worden aangescherpt en gaan bovendien permanent gelden. Het kabinet heeft de wetswijziging die dat regelt nu klaar.

6 december 2021 | Door redactie

Overheden die zelf producten of diensten op de markt willen aanbieden, moeten zich houden aan de gedragsregels uit de Wet markt en overheid (infographic). Zo mogen zij niet onder de kostprijs werken. Bij dit soort diensten gaat het bijvoorbeeld om een gemeente die zelf een parkeergarage exploiteert, of een jachthaven.

Uitzondering bij activiteiten van ‘algemeen belang’

De wet kent ook een uitzondering: als de activiteiten onder het ‘algemeen belang’ vallen, gelden de gedragsregels niet. Uit ondernemershoek komt geregeld de kritiek dat overheden deze uitzondering veel te vaak inroepen om ‘bij te klussen’. Soms krijgen zij daarbij ook bijval van de rechter.
Een evaluatie van de wet heeft laten zien dat overheden inderdaad regelmatig gebruikmaken van de uitzondering, soms zonder goede onderbouwing. En ook dat ondernemers weinig betrokken worden bij de besluitvorming. Voor beide problemen moet de wetswijziging een oplossing bieden, zo meldt het ministerie van Economische Zaken. Overheden moeten volgens een vast stramien motiveren waarom zij vinden dat zij een product of dienst mogen aanbieden zonder de gedragsregels te volgen.

Meer inspraak voor ondernemers

Ook is het de bedoeling dat ondernemingen vooraf meer inspraak krijgen. Overheden die de markt op willen moeten straks een marktconsultatie doen, zodat ondernemers hun zegje kunnen doen over de activiteiten. Verder komt er een evaluatiebepaling in de wet, zodat afgegeven uitzonderingen voor de gedragsregels ‘achteraf kunnen worden heroverwogen’.
Tot nu toe zijn de gedragsregels in de Wet markt en overheid ‘tijdelijk’ geweest en zijn ze telkens met twee jaar verlengd. Aan die tijdelijkheid komt met het nieuwe wetsvoorstel ook een eind. Wanneer de Tweede Kamer het voorstel zal gaan behandelen is nog onduidelijk.

Bijlagen bij dit bericht