Verhuizing pensioen-bv niet belastingvrij

Een navorderingsaanslag omdat het pensioen in eigen beheer is vrijgevallen na een zetelverplaatsing, is niet in strijd met het vrij verkeer van kapitaal als de vrijval het gevolg is van een andere waarderingsmethode. Dat deze methode indruist tegen goed koopmansgebruik maakt hierbij niet uit. Dit heeft de Hoge Raad onlangs geoordeeld.

21 december 2015 | Door redactie

Een dga had op Curaçao een bv om zijn pensioen in eigen beheer uit te voeren, maar verplaatste de zetel per 1 januari 2009 naar Nederland. Dit had fiscaal gezien grote gevolgen. De waarde van de pensioenaanspraak moest namelijk opnieuw berekend (tool) worden en zo viel de balanswaarde lager uit. De inspecteur vond dat het meerdere vrijviel in de winst van de bv. De bv was het hier niet mee eens, maar stapte tevergeefs naar de rechter.

Vrijval niet veroorzaakt door immigratie

Hoewel het hoger beroep nog positief uitpakte voor de dga, ging het in cassatie alsnog mis. Volgens de Hoge Raad had de inspecteur terecht een deel van de pensioenpot vrij laten vallen. De pensioenpot werd in Nederland namelijk tegen de fiscale rekenrente van 4% gewaardeerd, in tegenstelling tot de commerciële waarde die op Curaçao werd gehanteerd. Hoewel dit weliswaar ingaat tegen goed koopmansgebruik (tool), kon de Hoge Raad niet anders dan concluderen dat de wettekst leidde tot vrijval. De Hoge Raad verwees hiermee ook naar een ander recent arrest, waarin ze al eerder aangaf dat een fiscale rekenrente niet getuigt van goed koopmansgebruik. De vrijval werd hiermee veroorzaakt door de waarderingsregels, en niet zozeer door de immigratie van de pensioen-bv. De navorderingsaanslag was hiermee dus ook niet in strijd met het vrij verkeer van kapitaal in de Europese Unie.
Hoge Raad, 18 december 2015, ECLI (verkort) 3605