Rechter wijst bewaarplicht Telecom opnieuw af

De algemene bewaarplicht van telecommunicatiegegevens wordt een soort pingpongen. Opnieuw heeft het Europese Hof de uitspraak gedaan dat een algemene bewaarplicht van de gegevens van alle burgers te ver gaat. Hierdoor zal het nieuwe Nederlandse wetsvoorstel – wél opslaan maar met waarborgen – waarschijnlijk ingetrokken moeten worden.

7 februari 2017 | Door redactie

Tot 2015 moesten telecomproviders informatie over de communicatie van hun klanten verplicht opslaan: internetgegevens zes maanden, belgegevens een jaar.  Dat waren de zogenoemde ‘metadata’: wie belt met wie, hoe lang, op welk moment gaat iemand online en met welke dienst, ip-adressen en locatiegegevens van smartphones. Al in 2014 vonniste een rechter van het Europese Hof dat zo’n algemene bewaarplicht te veel van het goede was en in 2015 werd die uitspraak bekrachtigd door een Nederlandse rechter. De bewaarplicht werd opgeschort. Het kabinet bedacht echter een nieuwe variant, die beter in elkaar zou moeten zitten. De algemene bewaarplicht bleef, maar gegevens mochten alleen nog in Europa opgeslagen worden en het opvragen van informatie zou alleen kunnen na toetsing bij een rechter.

Alleen gericht en tijdelijk

Het Europese Hof heeft echter opnieuw een streep gehaald door zo’n algemene bewaarplicht. Opslag en inzage is op zich niet verboden, maar het moet gericht zijn ­– dus met een bepaald persoon op het oog – en het mag alleen tijdelijk zijn. Werken met een ‘sleepnet’, zoals in het wetsvoorstel, is door de rechter afgewezen. Daarbij worden de telecomgegevens van alle Nederlanders verzameld en opgeslagen, ‘voor het geval dat’. Door deze uitspraak is het heel goed mogelijk dat het Nederlandse wetsvoorstel ingetrokken zal moeten worden.