Seksuele intimidatie is een reëel risico

Vrouwen die werkzaam zijn in de ict-sector hebben twee keer zo veel kans om in aanraking te komen met seksuele intimidatie als vrouwelijke werknemers in andere sectoren. Aan werkgevers de taak om samen met de arboprofessional en de ondernemingsraad maatregelen te nemen.

12 juli 2017 | Door redactie

Voor vrouwen die werkzaam zijn binnen de ict is het risico op seksuele intimidatie twee keer zo groot als voor vrouwen in andere beroepsgroepen. Dat blijkt uit de jaarlijkse Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) die werd afgenomen onder 140.000 werknemers op initiatief van TNO en CBS.

Seksuele intimidatie volgens de Arbowet

In de ict-sector werken ongeveer drie keer zoveel mannen als vrouwen (60.000). Als het gaat om seksuele intimidatie op de werkvloer staat ict op nummer één (6,8% van de vrouwen), vervoer (6,7%) en de horeca (6,3%) staan op de tweede en de derde plaats. In de bouw voelt 3,3% van de vrouwen zich seksueel geïntimideerd.
De Arbowet beschrijft ongewenste seksuele aandacht als seksueel getinte opmerkingen in woord of in gebaar. Denk aan het vragen naar het seksleven van een collega, tijdens een gesprek naar de borsten van een vrouwelijke collega staren in plaats van haar in de ogen te kijken of heel expliciete uitnodigingen per e-mail sturen. Onderzoekers van het NEA voegen daar nog het kijken van porno in het bijzijn van collega’s aan toe.

Maatregelen tegen seksuele intimidatie

Werkgevers zijn verplicht psychosociale arbeidsbelasting (PSA) tegen te gaan. Seksuele intimidatie is een vorm van PSA. Het risico op seksuele intimidatie moet daarom ook opgenomen zijn in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De ondernemingsraad (OR) moet erop toezien dat de bestuurder voldoende maatregelen treft om PSA binnen de organisatie tegen te gaan en dus ook om seksuele intimidatie te voorkomen en bestrijden. Een duidelijke gedragscode (tool)en klachtenregeling (tool) hanteren en een vertrouwenspersoon aanstellen (tool) zijn voorbeelden van zulke maatregelen. Op dit soort zaken heeft de OR instemmingsrecht (artikel 27 Wet op de ondernemingsraden).