Wat zijn wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen?

16 maart 2021

Onze werknemers bouwen per jaar vier werkweken aan vakantie op. Dat zijn voor fulltimers dus 20 dagen. Maar een aantal werknemers geven aan dat ze recht hebben op minimaal 24 dagen per jaar bij een fulltime werkweek. Staan ze in hun recht?

Het recht op vakantie voor werknemers is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek (artikel 634): ‘De werknemer verwerft over ieder jaar waarin hij gedurende de volledige overeengekomen arbeidsduur recht op loon heeft gehad, aanspraak op vakantie van ten minste vier maal de overeengekomen arbeidsduur per week of, als de overeengekomen arbeidsduur in uren per jaar is uitgedrukt, van ten minste een overeenkomstige tijd'. Met een vakantierecht van 20 werkdagen bij een fulltime werkweek handelt u dus precies in lijn met de wet. 

Wettelijke vervaldatum

De wet schrijft verder voor dat de werknemer de wettelijke vakantiedagen in het jaar van opbouw opneemt of uiterlijk zes maanden daarna. Wettelijke vakantiedagen over 2021 zijn volgens de wet dus geldig tot 1 juli 2022. Als de werknemer de gelegenheid had om vrij te nemen, maar dit niet heeft gedaan, komen de niet-opgenomen wettelijke vakantiedagen per 1 juli ná het jaar na opbouw te vervallen.

Aanvullende vakantierechten in cao of arbeidsovereenkomst

Ook al voldoet u aan het wettelijk minimum, het kan zo zijn dat er aanvullende vakantierechten zijn opgenomen in de cao van uw branche of in de individuele arbeidsovereenkomst. Dit zijn de bovenwettelijke vakantiedagen. Als deze afspraken zijn vastgelegd, moet u zich daaraan houden.

Afspraken over bovenwettelijke vakantiedagen

Met bovenwettelijke vakantiedagen kunt u wel flexibeler omgaan. Over de geldigheidsduur en de besteding van bovenwettelijke dagen kunnen allerlei afspraken worden gemaakt tussen werkgever en werknemer. Bijvoorbeeld dat de werknemer ze moet gebruiken voor hun eerste twee dagen ziektedagen (als die niet doorbetaald worden).
Het is – anders dan bij wettelijke vakantiedagen – ook toegestaan om niet-opgenomen bovenwettelijke vakantiedagen aan de werknemer uit te betalen. Voor bovenwettelijke vakantiedagen geldt een verjaringstermijn van vijf jaar na het jaar van opbouw, tenzij iets anders is afgesproken.