Minstens 15% VPB over winst gaan betalen

Het zal de grootste verandering in de internationale vennootschapsbelasting (VPB) in een eeuw worden als het doorgaat; de invoering van een wereldwijd minimumtarief van 15% op winsten voor ondernemingen. Hier hebben de G7-landen onlangs een akkoord over bereikt. Dit akkoord moet leiden tot een effectievere aanpak van belastingontwijking.

8 juni 2021 | Door redactie

Belastingontwijking is voor veel landen een doorn in het oog. Denk aan de grote multinationals die VPB afdragen in de landen waar het tarief heel laag is. Om deze belastingontwijking effectief aan te pakken is nu een eerste stap door de G7-landen. Zij zijn overeengekomen dat er voor alle landen een minimumtarief moet gaan gelden van 15% op bedrijfswinsten.

VPB afdragen in land van omzet

In het belastingplan van de G7-landen is opgenomen dat VPB-ondernemingen hun belastingen moeten gaan afdragen in de landen waar ze hun omzetten behalen. Verder moet het minimumtarief ervoor gaan zorgen dat landen stoppen met het proberen binnen te halen van ondernemingen door hen lagere belastingtarieven aan te bieden. Ook is overeengekomen dat landen waarin ondernemingen niet fysiek aanwezig zijn, maar wel winst maken, een deel van de belastingopbrengsten krijgen. Van de winst boven een winstmarge van 10% zal 20% worden herverdeeld aan de hand van het aantal consumenten en gebruikers in de verschillende landen. 

Nog wel aantal EU-landen die onder 15% VPB zitten

Volgende maand gaan de G20-landen met elkaar om de tafel om over dit plan te praten. Daarna volgen vergaderingen met 135 landen onder leiding van de OESO. Volgt hieruit een akkoord dan zou dit een historisch memorabele aanpassing van de VPB zijn.
Momenteel zijn er nog een aantal EU-landen die een VPB-tarief (tool) lager dan 15% hanteren. Zo geldt in Ierland nog een tarief van 12% en in Hongarije een tarief 9%. Ons laagste tarief bedraagt dit jaar 15% tot en met een winst van € 245.000, daarboven geldt een tarief van 25% (toolbox).