OR geen recht op advies bij doorstart

De Ondernemingskamer (OK) heeft bepaald dat de curator van een failliete organisatie geen advies hoeft te vragen aan de ondernemingsraad (OR) als hij besluit om een doorstart te maken. Dat is opvallend, want die uitspraak lijkt het stroomschema over de rol van de OR bij een faillissement van de Sociaal-Economische Raad (SER) tegen te spreken.

30 mei 2016 | Door redactie

Bijzonder aan de uitspraak is dat minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) eind december aan de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM) vroeg of zij meer bekendheid kan geven aan de rol van de OR bij een faillissement. In de praktijk heerste namelijk de veronderstelling dat de regels uit de Wet  op de ondernemingsraden (WOR) niet golden bij een faillissement. In navolging op het advies van de CBM – een commissie van de SER – stelde de SER een stroomschema op dat de rol van de OR bij een faillissement inzichtelijk maakt. Daaruit blijkt dat de OR zeggenschap heeft bij een doorstart.

Volgens SER geldt er medezeggenschap bij doorstart

In het stroomschema van de SER (pdf) staat dat een OR adviesrecht heeft voor, tijdens en na een insolventieprocedure op basis van artikel 25 WOR. De wet kent twee insolventieprocedures: surseance van betaling en faillissement. Als toelichting op het stroomschema staat er dat een curator na een faillietverklaring twee dingen kan doen: alles verkopen of een doorstart maken. Maakt de organisatie een doorstart, dan geldt er volgens de SER medezeggenschap.

OK bepaalt dat de OR geen rol speelde bij doorstart

De zaak waarover de OK uitspraak deed heeft betrekking op het faillissement dat drogisterij DA eind december aanvroeg. Kort daarop besloten de curatoren, zonder de OR daarbij te betrekken, om een doorstart te realiseren. De ondernemingsraad vond dat hij onterecht werd gepasseerd en stapte naar de Ondernemingskamer. Bij de doorstart gingen tientallen banen verloren en moesten de werknemers die hun baan mochten houden slechtere arbeidsvoorwaarden accepteren. Toch stelde de OK vast dat de OR geen rol in het geheel speelde.