Belastingrente geldt ook bij vooruitbetaling

Kiest u ervoor om een aanslag vooruit te betalen, dan voorkomt u daarmee niet de belastingrente. Daarnaast mag de Belastingdienst wel een hogere belastingrente in rekening brengen bij de vennootschapsbelasting. Er is volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant namelijk geen sprake van een ongelijke behandeling ten opzichte van de overige belastingen.

24 september 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om de betaling van belastingrente. De bv had op 24 juli 2014 haar aangifte vennootschapsbelasting ingediend. In 2013 had de bv al een voorlopige aanslag ontvangen en het bedrag daarvan voldaan. Op basis van de aangifte moest de bv nog een bedrag betalen van € 16.516. De bv betaalde dat bedrag op 4 juli 2014. Er was op dat moment echter nog geen nadere voorlopige aanslag ontvangen. Op 9 augustus legde de inspecteur een nadere voorlopige aanslag op. Naast het nog te betalen bedrag bracht hij ook belastingrente in rekening.

Vooruitbetaling aanslag is eigen keuze

De bv vond dat niet terecht. Daarnaast was er volgens de bv sprake van een ongelijke behandeling, omdat de bv voor de vennootschapsbelasting een hoger percentage belastingrente moest betalen. De rechtbank stelde ten eerste dat het vooruitbetalen van een aanslag niet in de wet is opgenomen. Een aanslag is pas invorderbaar zes weken na de dagtekening. Het in rekening brengen van belastingrente was dus terecht en ging over de juiste periode. De vooruitbetaling van de bv was een eigen keuze en zorgde er niet voor dat er geen belastingrente was verschuldigd. Daarnaast vond de rechtbank dat er geen sprake was van een ongelijke behandeling. Het gebruik van verschillende percentages voor de belastingrente viel binnen de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever.

Belastingrente voorkomen

De belastingrente voor de vennootschapsbelasting bedraagt op dit moment 8,05%. Voor de overige belastingen is deze rente 4%. Om belastingrente te voorkomen kan het handig zijn om tijdig een (nieuwe) voorlopige aanslag aan te vragen.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 1 juli 2015, ECLI (verkort): 5573