Bestuurder bv aansprakelijk na turboliquidatie

Het kabinet werkt aan wetgeving die schuldeisers beter moet beschermen bij een zogeheten turboliquidatie van een onderneming. Maar ook nu al hebben schuldeisers in zo’n geval mogelijkheden om hun geld te krijgen, blijkt uit een recente uitspraak van de Rotterdamse rechtbank.

11 augustus 2020 | Door redactie

Bij een traditionele liquidatie van een vennootschap hoort een uitgebreide procedure. Zo moet het bestuur een financieel overzicht opstellen en een plan maken voor de betaling van schuldeisers. Die stukken moeten ook ter inzage liggen. Een turboliquidatie gaat – de naam zegt het al – een tandje sneller. Het is in feite een kwestie van een formulier invullen. En er is geen vereffening, de opbrengst van de boedel wordt dus niet verdeeld over de schuldeisers.

Kabinet wil positie schuldeisers verbeteren

Het kabinet wil de informatiepositie van schuldeisers bij een turboliquidatie verbeteren. Want nu ‘raken zij veelal pas achteraf op de hoogte van het verdwijnen van een rechtspersoon’. Het wetsvoorstel dat dit moet regelen zou in de loop van 2020 naar de Tweede Kamer komen, maar is nog niet gepubliceerd.
Om te mogen turboliquideren is het wel nodig dat de onderneming ‘geen bekende baten’ meer heeft. Om die eis draaide het onder meer in de zaak bij de Rechtbank Rotterdam. In dit geval ging het om een aannemer die stelde dat hij nog geld tegoed had van een bouwbedrijf. De Raad van Arbitrage voor de Bouw had bepaald dat de bouwer inderdaad nog zo’n € 9.700 moest betalen, waaronder ruim € 5.300 aan BTW. Het bouwbedrijf was echter in de tussentijd ontbonden via een turboliquidatie.

Rechter concludeert dat er nog baten waren

De aannemer stapte daarop naar de rechter om zijn geld alsnog te vorderen. Hij stelde de bestuurder van het bouwbedrijf persoonlijk aansprakelijk (infographic). Die zou namelijk onrechtmatig hebben gehandeld door de onderneming te liquideren zonder vereffening, terwijl er nog wel degelijk ‘baten’ waren om de aannemer te betalen.
De rechter kwam tot dezelfde conclusie. Op zich is een rechtspersoon zelf aansprakelijk voor zijn schulden en komt bestuurdersaansprakelijkheid alleen in beeld als de bestuurder een ‘ernstig verwijt’ kan worden gemaakt. De rechter oordeelde dat dit hier het geval was. Op jaarrekeningen was te zien dat het gestort aandelenkapitaal op 31 december 2017 nog € 18.000 was. Ten tijde van de liquidatie op 16 mei 2018 was dat € 2. De rechter concludeerde dat dit geld bij de liquidatie was vrijgekomen, en dat de bv rekening van de aannemer nog had kunnen betalen. Daardoor was er sprake van ‘betalingsonwil’ bij de bestuurder, die dus persoonlijk aansprakelijk was voor de openstaande rekening.
Rechtbank Rotterdam, 15 mei 2020, ECLI (verkort): 4382