Opletten bij de laatste BTW-aangifte over 2020!

De laatste BTW-aangifte over 2020 moet voor het eind van deze maand zijn ingediend en betaald en is er eentje met een extraatje. Ondernemers moeten namelijk naast de reguliere cijfers ook een aantal specifieke correcties meenemen in deze aangifte. Om welke correcties gaat het dan?

25 januari 2021 | Door redactie

Bij het invullen van de laatste BTW-aangifte over het jaar 2020 moet de ondernemer er rekening mee houden dat hij alle correcties en afrekeningen meeneemt. Waar moet hij dan allemaal aan denken? Ten eerste aan privégebruik door de ondernemer. Onttrekt de ondernemer goederen en diensten aan zijn onderneming voor eigen privédoeleinden dan is sprake van privégebruik. De BTW over dit privégebruik moet hij corrigeren.
Hij moet daarnaast ook de  voorbelasting herzien in verband met het gebruik van goederen en diensten voor zowel belaste, vrijgestelde en andere onbelaste doeleinden als het gebruik gewijzigd is.

Correcties in kader van het BUA

Correcties in kader van het Besluit Uitsluiting Aftrek van voorbelasting (BUA) moet een ondernemer tevens corrigeren.Voor het BUA draait het om zaken die de ondernemer betaalt die een privécomponent hebben. Voor verstrekkingen aan werknemers gaat het om:

  • uitkeren van loon in natura, zoals kerstpakketten;
  • voorzien in huisvesting voor personeel;
  • gelegenheid geven tot sport en ontspanning;
  • verstrekken van ‘spijzen en dranken’ aan werknemers onder de kostprijs.

Ook het geven van relatiegeschenken en giften valt onder het BUA. Voor het BUA geldt dat er een drempel is van € 227 exclusief BTW (per werknemer). Blijft een onderneming in een jaar onder dit plafond, dan is alle voorbelasting dus wél gewoon aftrekbaar, anders moet de onderneming alle BTW afdragen. 

Auto van de zaak corrigeren 

Ook voor het privégebruik van de auto van de zaak is er een BTW-correctie. Want voor het deel dat de auto niet zakelijk is gebruikt, bestaat er geen recht op aftrek. De ondernemer kan het privégebruik aantonen met een rittenregistratie. Als die er niet is, en de ondernemer betaalt ook geen zakelijke vergoeding voor het privégebruik, dan geldt de forfaitaire regeling (tool). De ondernemer moet dan standaard 2,7% over de cataloguswaarde van de auto – inclusief BTW en BPM – als BTW afdragen. Is er bij de aanschaf van de auto geen BTW afgetrokken, bijvoorbeeld omdat er een auto is gekocht die onder de margeregeling viel of dat de auto vanuit het privévermogen in de onderneming is ingebracht, dan geldt een forfaitaire bijtelling van 1,5%. Dit percentage mag de ondernemer ook toepassen als hij nog auto’s in gebruik heeft na afloop van het vierde jaar volgend op het jaar waarin hij de auto’s is gaan gebruiken.

 

 

 

Bijlagen bij dit bericht