Inspecteur mag vishengel ver uitwerpen voor info

Heeft de inspecteur een informatiebeschikking afgegeven aan een belastingplichtige, dan kan er geen sprake zijn van een ‘fishing expedition’ als de vragen van belang zijn voor de belastingheffing. De Hoge Raad heeft dit onlangs bevestigd.

22 oktober 2020 | Door redactie

Belastingplichtigen zijn verplicht om aan de fiscus informatie te verschaffen die nodig kan zijn voor het vaststellen van belastingschulden. De Belastingdienst kan daarvoor een informatiebeschikking sturen naar een belastingplichtige als hij vragen heeft zolang deze vragen maar relevant zijn voor de belastingheffing.
In de betreffende zaak ging het om een bestuurder van een stichting die alle certificaten van aandelen in een holding hield en werkte met paarden. Over 2010 tot en met 2012 deed hij in Nederland aangifte inkomstenbelasting als buitenlands belastingplichtige. De Belastingdienst vermoedde echter dat de man fiscaal gezien in Nederland woonde en dus binnenlands belastingplichtige was. De inspecteur vroeg de man daarom per informatiebeschikking gegevens over zijn wereldinkomen en -vermogen te verstrekken. De man ging in bezwaar tegen deze beschikking omdat de in de informatiebeschikking gevraagde informatie over zijn wereldinkomen en vermogen volgens hem veel te ver ging en hem ook in zijn privacy aantastte.

Wel of niet binnenlands belastingplichtig?

De zaak kwam voor hof Den Bosch en die stelde vast dat de man in Nederland een woonruimte had. Ook was hij in het bezit van Nederlandse bankrekeningen en was hij betrokken bij Nederlandse ondernemingen. De thuisbasis van zijn activiteiten met paarden lag ook op een Nederlands bedrijventerrein. Door deze feiten kon het zijn dat de man als binnenlands belastingplichtige moest worden aangemerkt. Het Hof vond daarom dat de inspecteur de informatiebeschikking terecht had afgegeven. Op grond van de al aanwezige informatie was het namelijk nog niet duidelijk of de man wel of niet binnenlands belastingplichtige was. En dan waren de vragen over het inkomen en vermogen van de man, die in de beschikking stonden, dus van belang voor de belastingheffing. Van een ‘fishing expedition’ was hier geen sprake en ook het privacyverbod en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur werden niet geschonden. De informatiebeschikking was dus terecht opgelegd.
Hoge Raad, 25 september 2020 , ECLI (verkort): 1473