Verzuimboete alleen bij bewezen aanmaning

Krijgt u een verzuimboete omdat u te laat was met uw aangifte, dan moet de Belastingdienst kunnen bewijzen dat u een herinnering en aanmaning heeft ontvangen. Deze stappen moet de fiscus namelijk nemen voordat u een verzuimboete, of in het uiterste geval een ambtshalve aanslag, opgelegd kunt krijgen.

24 mei 2012 | Door redactie

Uit een recente rechtszaak blijkt dat het voor de fiscus niet zo gemakkelijk is om te bewijzen dat hij u een herinnering en een aanmaning heeft gestuurd. In deze zaak draaide het om een bv die haar aangifte vennootschapsbelasting (VPB) over 2009 volgens de fiscus niet vóór 1 juni 2010 had ingediend. De bv had ook geen verzoek om uitstel ingediend. De Belastingdienst stuurde op 6 juli 2010 een herinnering, met het verzoek om vóór 20 juli 2010 de aangifte alsnog in te dienen. Hier reageerde de bv niet op. De inspecteur stuurde daarom op 13 september 2010 een aanmaning en legde, na het opnieuw uitblijven van een reactie, een ambtshalve aanslag met boete op. Uiteindelijk ontving de Belastingdienst op 2 januari 2011 de aangifte, die de inspecteur vervolgens aanmerkte als bezwaar. De ambtshalve aanslag werd hierop aangepast, maar de boete bleef in stand. De bv was het hier niet mee eens en claimde de herinnering en aanmaning nooit te hebben ontvangen.

Bewijsvoering inspecteur niet compleet

In hoger beroep stelde de rechter dat de inspecteur aannemelijk moest maken dat de aanmaning naar het juiste adres van de bv was verzonden. De inspecteur wees op een digitale kopie van de aanmaningsbrief, een aantekening in het systeem en op een ambtsedige verklaring. Ook legde de inspecteur de gang van zaken bij de Belastingdienst uit. De rechter vond dit onvoldoende, omdat de inspecteur er niet in slaagde het batchnummer van de partij waartoe de aanmaning behoorde en het postbedrijf te vermelden. De verzuimboete was daarom niet terecht.
Gerechtshof Arnhem, 24 april 2012, BW5522