Dga is feitelijk eigenaar van auto van bv

Als een directeur-grootaandeelhouder (dga) in de praktijk eigenaar is van een auto die aan zijn bv is geleverd, mag de bv de betaalde BTW over de auto niet aftrekken. Dat de auto juridisch op naam staat van de bv, is hierbij niet van belang, zo blijkt uit een recente uitspraak.

3 mei 2016 | Door redactie

In 2010 kocht de bv van de dga (die de bestuurder en enige aandeelhouder was) een auto bij een dealer. De in rekening gebrachte BTW (tools) bracht de bv in aftrek. Het kentekenbewijs werd op naam van de bv gesteld, evenals de verzekering voor de auto. De inspecteur zette echter een streep door de aftrek. Volgens de inspecteur was de auto namelijk helemaal niet geleverd aan de bv, maar aan de dga. Die gebruikte de auto namelijk als enige voor zowel zakelijke als privéritten (tool). De auto stond niet eens bij de bv op de balans en de dga ontving een kilometervergoeding voor het zakelijke gebruik van de auto. De rechter oordeelde echter dat dit niet van belang was: de auto was feitelijk geleverd aan de bv en stond op naam van de bv, dus de naheffingsaanslag BTW was onterecht.

Auto direct doorgeleverd aan dga

De inspecteur ging echter in hoger beroep. Daar voerde hij aan dat de auto weliswaar door de dealer aan de bv was geleverd en de auto in het betreffende tijdvak op naam van de bv had gestaan, maar dat de auto voor het overige als privé-auto aangemerkt moest worden en er dus geen recht op BTW-aftrek (tool) was. Het gerechtshof was het eens met de inspecteur. De bv was weliswaar juridisch eigenaar van de auto, maar in de praktijk gedroeg de dga zich als eigenaar. Uit de jaarrekeningen bleek ook dat de aankoopkosten van de auto waren verrekend met de rekening-courant. Op die manier had de bv de auto in feite direct doorgeleverd aan de dga. De dga stelde vervolgens de auto juist ter beschikking aan de bv in plaats van andersom. Daarom mocht de bv de BTW over de levering van de auto niet aftrekken.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 11 februari 2016, ECLI (verkort): 425