Geen cassatie in zaak verzekeringsplicht dga

De staatssecretaris van Financiën ziet af van cassatie in de zaak waarin werd geoordeeld dat twee directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) met elk 40% van de aandelen niet verplicht verzekerd waren voor de werknemersverzekeringen.

2 juni 2016 | Door redactie

In die zaak draaide het om een geschil over de interpretatie van de Regeling Aanwijzing directeur-grootaandeelhouder. Zowel de rechtbank als het gerechtshof hadden geoordeeld dat de twee dga’s die elk (indirect) 40% van de aandelen in een bv hadden, niet onder de verzekeringsplicht vielen. De staatssecretaris van Financiën heeft nu besloten af te zien van cassatie in die zaak. In de toelichting op het besluit merkte hij nog wel op dat hij van mening is dat het gerechtshof in haar overweging niet de juiste interpretatie van de Regeling aanwijzing directeur-grootaandeelhouder heeft gehanteerd. Toch vermoedt hij dat, gezien de uitgebreide overweging van het hof, cassatie geen zin zal hebben.

Nieuwe Regeling maakt alsnog verplicht verzekerd

Overigens besloot de staatssecretaris zijn toelichting (pdf) door erop te wijzen dat de twee dga’s in deze zaak onder de nieuwe Regeling Aanwijzing directeur-grootaandeelhouder, die geldt vanaf 1 januari 2016, wel verzekeringsplichtig zijn. Onder de oude regeling waren bestuurders niet verplicht verzekerd als ze een gelijk deel (in deze zaak dus twee keer 40%) van de aandelen in een bv bezaten. Onder de nieuwe regeling is die regel gewijzigd. Sinds 1 januari 2016 definieert de Regeling een dga die niet verplicht verzekerd is als een bestuurder of  ‘bestuurders die samen alle aandelen van de vennootschap bezitten en als aandeelhouders een gelijk of nagenoeg gelijk deel van het kapitaal van de vennootschap vertegenwoordigen’.