Eerste Kamer heeft nog vragen bij UBO-register

De opening van het zogeheten UBO-register laat nog op zich wachten. De Eerste Kamer heeft namelijk nog een lijst vragen ingeleverd bij de minister over het wetsvoorstel dat de invoering van het register regelt. De vragen gaan onder meer over het aanleveren van de gegevens en over de koppeling van alle Europese UBO-registers.

10 februari 2020 | Door redactie

In het UBO-register komen gegevens te staan van de ‘ultimate beneficial owners’ (UBO’s) van ondernemingen en organisaties. Dat zijn de natuurlijke personen die uiteindelijk aan de touwtjes trekken, zoals de grootaandeelhouders van familiebedrijven (zie ook: Wanneer is iemand een UBO?)

Gegevens binnen 18 maanden aanleveren

Eigenlijk zou het Nederlandse UBO-register op 10 januari 2020 open gaan. De Tweede Kamer heeft eerder al groen licht gegeven voor het register. Maar de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer heeft zich er pas eind januari voor het eerst over gebogen. En de commissie heeft op 4 februari nog een aantal vragen (pdf) ingeleverd bij de minister waar ze graag binnen 4 weken antwoord op willen.
De vragen gaan onder meer over de aanlevertijd. Na de start van het register hebben ondernemingen die al ingeschreven staan het Handelsregister 18 maanden de tijd om de gegevens aan te leveren. Bij nieuwe inschrijvingen is het wél al direct verplicht om de UBO te melden. De CDA-fractie in de Senaat vraagt zich af of de termijn van 18 maanden ook geldt als binnen die termijn de UBO van de onderneming wijzigt. Zo niet, dan zou de inschrijving namelijk alsnog binnen de reguliere termijn van één week moeten gebeuren.

Europese UBO-registers worden gekoppeld

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de UBO-registers in de Europese lidstaten ook gekoppeld worden. Dat leidt nog tot extra vragen in de Eerste Kamer. Zo wil de fractie van de ChristenUnie graag weten hoe het toezicht op al die registers straks geregeld wordt. En de VVD vraagt zich af hoe de regering er straks op toeziet dat buitenlandse instellingen en personen geen toegang hebben tot méér gegevens dan nodig is.

Bijlagen bij dit bericht