Box 3-heffing hoger dan rente? Dan rechtsherstel nodig

De rechter heeft aangegeven dat een belastingplichtige die meer box 3-heffing moet betalen dan dat hij aan rente als zijn totale inkomen heeft ontvangen voor rechtsherstel in aanmerking moet komen. Er is dan sprake van een individuele en buitensporige last.

21 oktober 2021 | Door redactie

De rechtszaken rondom de box 3-heffing blijven maar doorgaan en hebben ook nog steeds verschillende resultaten (verdiepingsartikel). De rechters zijn het  dus ook niet allemaal met elkaar eens. Bij de rechtszaak hieronder kwam ook weer een ietwat ander geluid naar boven.

Rente-inkomsten waren enige inkomsten

Het ging hier om een echtpaar dat van 2017 tot en met 2019 geen inkomsten uit tegenwoordige of vroegere arbeid had. Wel hadden ze in 2019 een eigen woning zonder hypotheekschuld dus een heel laag box 1-inkomen. Ze beschikten over spaarrekeningen met een totale waarde van € 1,2 miljoen. Het belastbare inkomen uit sparen en beleggen voor de jaren 2017, 2018 en 2019 werd voor de man op € 27.299, € 24.645 en € 24.370 vastgesteld. De verschuldigde inkomstenbelasting bedroeg, na toepassing van de algemene heffingskorting € 5.935, € 5.128 en € 4.848. Deze bedragen kreeg de vrouw ook voor haar kiezen. In totaal dus ongeveer € 32.000. Dit vonden zij gezien de lagere rente-inkomsten die ze uit hun spaarrekeningen genoten van € 23.300 een individuele en buitensporige last omdat dit hun enige inkomsten waren. Zij gingen in bezwaar en daarna in beroep tegen de heffing en eisten rechtsherstel.

Rechtsherstel voor echtpaar

De rechter gaf het echtpaar gelijk en oordeelde dat er voor de jaren 2017 tot en met 2019 sprake was van een individuele en buitensporige last. Hij bood rechtsherstel en stelde het box 3-inkomen voor iedere echtgenoot vast op € 6.280 (2017), € 2.770 (2018) en € 2.590 (2019) vast. Een aanzienlijke verlaging dus!
Rechtbank Zeeland West-Brabant 11 oktober 2021 (gepubliceerd 19 oktober 2021), ECLI (verkort): 5149