OR boekt vaak succes bij rechter

Ondernemingsraden boeken vaak succes als zij een zaak aanspannen bij de Ondernemingskamer. De rechter oordeelt in ruim vier van de tien gevallen in het voordeel van de OR. Ondernemingsraden zijn dus ten onrechte huiverig om juridische stappen te ondernemen.

25 september 2019 | Door redactie

Uit onderzoek in het kader van de recent verschenen speciale jubileumbundel ‘40 jaar rechtspraak Ondernemingskamer over adviesrecht’ blijkt dat de ondernemingsraad (OR) vaak kan rekenen op steun van de Ondernemingskamer (OK). In 42,6% van de gevallen oordeelt de rechter in het voordeel van de OR. Ondanks deze relatief hoge slagingskans, durven slechts weinig ondernemingsraden het aan om hun bestuurder voor de rechter te dagen. Per jaar kloppen gemiddeld dertien raden aan bij de OK.

Alleen dreiging rechtszaak volstaat soms al

Vaak zijn ondernemingsraden bang om de relatie met de bestuurder te schaden of om de organisatie in een kwaad daglicht te stellen als gevolg van de mogelijke media-aandacht rond een rechtszaak. Zo ver komt het echter lang niet altijd. In driekwart van de gevallen trekt de OR de zaak weer in. Dat duidt erop dat de tussenkomst van de rechter uiteindelijk niet nodig is, omdat OR en bestuurder er alsnog samen uitkomen. De dreiging van een rechtszaak volstaat soms dus al.

OR moet soms écht met vuist op tafel slaan

Een OR moet zich hard maken voor de belangen van zowel de organisatie als de achterban. Om dit daadwerkelijk goed te kunnen doen, moet een OR soms écht met de vuist op tafel slaan. De OR moet dus niet bang zijn om een beroep in te stellen tegen een besluit van de ondernemer. Dit kan op basis van het beroepsrecht (artikel 26 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)). Dit geeft de OR de mogelijkheid om binnen één maand nadat de OR in kennis is gesteld van een besluit van de ondernemer, een beroep in te stellen. Hierbij gaat het om besluiten die vallen onder het adviesrecht van de OR (artikel 25 WOR).