Nieuwe beweegrichtlijn WHO in Nederland al toegepast

De World Health Organisation heeft nieuwe beweegrichtlijnen bekendgemaakt. Deze wijken niet veel af van de beweegrichtlijn die in Nederland gehanteerd wordt. De Gezondheidsraad publiceerde die in 2017.

26 november 2020 | Door redactie

De World Health Organisation (WHO) publiceerde de herziene beweegrichtlijn. Een eerdere versie zag het licht in 2010. In de huidige richtlijn zijn de volgende adviezen opgenomen voor volwassenen tussen de 18-64:

  • Minstens 150 minuten per week matig intensieve beweging of 75 minuten per week intensieve beweging. Een in tijd vergelijkbare combinatie van de twee is ook goed.
  • Het hier genoemde aantal minuten is een minimum. Er zijn meer gezondheidseffecten te verwachten als dit wordt uitgebreid, bijvoorbeeld naar het dubbele.
  • Een periode van lichamelijke activiteit moet minstens 10 minuten duren.
  • Onderdeel van dit bewegingspatroon moeten spierversterkende oefeningen zijn voor de belangrijkste spiergroepen, en dat op minstens twee dagen per week.   

De WHO merkt hierbij op dat het bewegen en oefenen niet per se in een sportsetting hoeft plaats te vinden. Veel normale dagelijkse activiteiten (tool) vallen ook binnen dit aangeraden bewegingspatroon, zoals tuinieren, traplopen, (stevig) wandelen, fietsen of klussen.

Licht bewegen beter dan niet bewegen 

Deze adviezen komen min of meer overeen met de Beweegrichtlijn die de Gezondheidsraad in 2017 voor Nederland publiceerde. De Gezondheidsraad zag destijds geen reden voor de aanbeveling om de beweging over vijf dagen te spreiden of een activiteit tien minuten vol te houden. De Raad vond daar geen wetenschappelijke onderbouwing voor. Het advies voor spierversterkende oefeningen wordt in Nederland aangevuld met botversterkende oefeningen, vanwege de kans op breuken op latere leeftijd. Hoewel de Richtlijn het heeft over ‘matig intensief’, zegt de Gezondheidsraad ook dat licht bewegen beter is dan niet bewegen. Over de positieve, preventieve effecten zijn WHO en Gezondheidsraad het eens: minder risico op hart- en vaatziekten, diabetes, depressie, borst- en darmkanker en vroegtijdig overlijden. Relatief de meeste gezondheidswinst behaalt iemand die van inactiviteit overgaat op matig intensief bewegen.

Bijlagen bij dit bericht