Grote vraag naar software om thuiswerken te controleren

Sinds de uitbraak van het coronavirus bestellen werkgevers massaal software om de productiviteit van thuiswerkende werknemers te monitoren. Vaak zonder de werknemers hierover te informeren. Mag dat zomaar? Nee. Als een werkgever het thuiswerken wil controleren, is er werk aan de winkel voor de ondernemingsraad (OR).

3 juli 2020 | Door redactie

Vlag EngelsThis news article is also available in English

Volgens Amerikaanse leveranciers is de vraag naar software die de productiviteit van werknemers controleert sinds het begin van de coronacrisis enorm gestegen. Want ook al zijn de meeste werknemers blij met het thuiswerken, werkgevers hebben er meer moeite mee. Vooral omdat ze minder zicht hebben op wat de werknemer thuis doet. Speciale software stelt hen in staat om te monitoren wat de werknemer op zijn computer doet. Aan de hand van gegevens over gebruikte programma’s en toepassingen kan de werkgever bepalen of de werknemer in zijn ogen productief of niet-productief bezig is geweest, en de resultaten onderling vergelijken.

Productiviteit meten is in strijd met privacywetgeving

Het bijhouden van zulke productiviteitsscores van werknemers is echter niet toegestaan. Het is in strijd met de privacywetgeving, die is vastgelegd in de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mensen (EVRM) en de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Ook als de werknemer schriftelijk toestemming heeft gegeven voor het monitoren van zijn computergebruik. Omdat de werknemer in een afhankelijkheidspositie zit ten opzichte van de werkgever, zal toezichthouder Autoriteit Persoonsgegevens (AP) begrijpen dat hij die toestemming niet vrijelijk heeft gegeven.

In uitzonderlijke gevallen is controle toegestaan als OR ermee instemt

Alleen onder strikte voorwaarden is het controleren van werknemers wel toegestaan. Bijvoorbeeld als het belang van de werkgever zwaarder weegt dan het recht op privacy van de werknemer en de werkgever geen minder ingrijpend middel tot zijn beschikking heeft. De werkgever moet in ieder geval eerst de OR om instemming vragen als hij een zo’n regeling wil invoeren. De OR heeft namelijk instemmingsrecht als de werkgever voorzieningen wil invoeren, wijzigen of intrekken waarmee hij de aanwezigheid, het gedrag of de prestaties van werknemers kan controleren (artikel 27, lid 1l van de Wet op de ondernemingsraden (WOR)). Bovendien moet hij de werknemers hierover informeren.

OR moet alert zijn op signalen

De OR doet er verstandig aan om het onderwerp ‘privacy’ met de bestuurder te bespreken en alert te zijn op signalen vanuit de organisatie. Niet elke ondernemer vraagt namelijk – uit onwetendheid of onwil – de OR vooraf om instemming. De OR kan het initiatiefrecht (artikel 23, lid 3 WOR) inzetten om het onderwerp bij de bestuurder op de agenda te zetten. De bestuurder is dan verplicht om hierover in gesprek te gaan met de OR.

Bijlagen bij dit bericht

AVG: privacyregels op en rond de werkvloer
E-learning | VideoCollege 20 minuten
Van WBP naar AVG
Verdiepingsartikel
Werken met toestemming
Verdiepingsartikel