Hulp voor belastingplichtige die zichzelf benadeelt?

Stel: een belastingplichtige doet iets dat door de ingewikkelde fiscale wetgeving compleet anders uitpakt dan gedacht. Heeft de overheid dan niet de zorgplicht om diegene te behoeden voor die blunder? Die vraag stelt advocaat-generaal René Niessen aan de Hoge Raad.

3 juni 2020 | Door redactie

De advocaat-generaal (A-G) boog zich over een zaak van een directeur-grootaandeelhouder (dga), die een pensioen had opgebouwd bij een verzekeraar. Toen de kredietcrisis een aantal jaren geleden toesloeg besloot de dga om dat pensioen af te kopen en over te hevelen naar zijn bv. Het idee was om het geld van de bv te lenen en zo de crisis door te komen. Zodra de economische lucht weer opklaarde zou hij dan de pensioenpot weer aanvullen.

Verstrikt in de ‘valstrikken van de fiscaliteit’

Maar dat liep even anders. De inspecteur oordeelde namelijk dat op deze manier de pensioenaanspraak was prijsgegeven. De aanspraak was namelijk niet meer gedekt. Dat kwam de dga op een navorderingsaanslag voor de inkomstenbelasting te staan. De rechtbank en het gerechtshof gaven de inspecteur daarin gelijk. Aan de navorderingsaanslag valt ook voor de Hoge Raad weinig te doen, concludeerde A-G Niessen. Want zo is de wet nu eenmaal.
Maar de A-G werpt wel de vraag op of de dga in dit geval niet op enige hulp van de overheid zou mogen rekenen. Dit is volgens Niessen een typisch geval van een zaak waarin iemand die geen kenner van het belastingrecht is ‘in de valstrikken van de fiscaliteit verstrikt raakt’. Het is ook zeker niet de eerste keer dat ‘belastingplichtigen handelingen verrichten waarin op het oog niets ‘kwaads’ schuilt maar die toch leiden tot zware heffingen’, zo schrijft Niessen. Zeker op pensioengebied ‘wemelt het van de voetangels en klemmen’.

Ook de overheid heeft een zorgplicht

Na bestudering van literatuur en wetsgeschiedenis concludeert de A-G dat ook de overheid in principe een zorgplicht heeft. Hoe die zorgplicht in belastingzaken tot uiting moet komen zal van geval tot geval bekeken moeten worden. Zeker ook omdat de inspecteur vaak niet van tevoren betrokken is bij acties die mogelijk onbedoeld nadelig kunnen uitpakken. Die komt vaak pas in beeld bij een bezwaarprocedure (tool) of bij een hoorgesprek. Niettemin kan van medewerkers van de Belastingdienst verwacht worden dat zij waar dat mogelijk is te hulp schieten, aldus Niessen. Belastingplichtigen die onbewust iets doen dat onbedoeld grote financiële gevolgen kan hebben, kunnen die valkuil dan mogelijk omzeilen. Daarbij is het woord ‘onbewust’ uiteraard wel van groot belang. De A-G vraagt de Hoge Raad om in zijn oordeel op die problematiek in te gaan.
Parket bij de Hoge Raad, 15 mei 2020 (publicatiedatum 29 mei 2020), ECLI (verkort): 486

Bijlagen bij dit bericht