UBO-register mag ook van gerechtshof openblijven

Het Nederlandse ‘UBO-register’ mag ook van het gerechtshof in Den Haag ongewijzigd openblijven. Het hof ziet geen aanleiding om het register buiten werking te stellen in afwachting van een oordeel van het Europese Hof van Justitie, omdat de UBO’s op korte termijn geen ‘ernstige’ schade lijden.

19 november 2021 | Door redactie

Het UBO-register is onderdeel van een Europese richtlijn die witwassen moet aanpakken. In het register komen gegevens van de ‘ultimate beneficial owners’ van onder meer bv’s en stichtingen (zie ook het nieuwsbericht ‘Wanneer is iemand een UBO?’) Door de registratie moet sneller duidelijk zijn welke persoon er uiteindelijk aan de touwtjes trekt.

Zorgen om privacybescherming UBO’s

Organisaties en ondernemingen die vóór 27 september 2020 al bestonden hebben nog tot 27 maart 2022 de tijd om een UBO in te schrijven, maar nieuwe inschrijvers moeten al direct een UBO opgeven. Registratie van de UBO is verplicht, en een deel van de gegevens van de UBO is tegen een kleine betaling voor iedereen in te zien (artikel). Zeker tegen dat laatste onderdeel lopen critici van het register te hoop. Onder meer aandeelhouders van familiebedrijven vrezen voor hun privacy. Onlangs nog heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen die het kabinet opdraagt om de privacy van UBO’s beter te beschermen.
Tegen het UBO-register is een rechtszaak aangespannen door Privacy First, een organisatie die strijdt voor het recht op privacy. De organisatie wil dat de rechter het register buiten werking stelt, omdat het in strijd is met de Europese grondrechten. Eerder wees de voorzieningenrechter de vorderingen af. En ook bij het gerechtshof kreeg de organisatie deze week nul op het rekest.

Hof: tijdelijk opschorten Europese regels niet nodig

Privacy First voerde aan dat UBO’s schade lijden door de gedeeltelijke openbaarheid van hun gegevens. Bijvoorbeeld omdat zij daardoor het risico lopen op inbraken en ontvoeringen. De organisatie had het hof gevraagd om het register tijdelijk buiten werking te stellen, totdat het Europese Hof zich heeft uitgesproken over de geldigheid ervan. Dit oordeel wordt medio 2022 verwacht.
Het hof stelde dat het in uitzonderlijke gevallen inderdaad mogelijk is om Europese regels tijdelijk op te schorten. Maar dan moet er wel een spoedeisend belang zijn én er moet sprake zijn van ernstige en onherstelbare schade bij de partij die om opschorting vraagt. Volgens het hof was het niet aannemelijk gemaakt dat UBO’s op korte termijn ernstige schade lijden, waardoor het tijdelijk opschorten van Europese regels noodzakelijk zou zijn.

Gegevens UBO afschermen

Het hof wees er op dat UBO’s relatief eenvoudig kunnen vragen om afscherming van hun gegevens bij de Kamer van Koophandel (KvK). Zodra een UBO daar om vraagt, moet de KvK de gegevens volgens de wet direct afschermen. De afscherming eindigt als de KvK het verzoek definitief afwijst. In de tussentijd zijn de persoonlijke gegevens niet openbaar voor het publiek, maar wel voor de autoriteiten. Als de KvK het verzoek inwilligt blijven de gegevens uiteraard afgeschermd. Privacy First verwacht nu dat ‘vele UBO’s’ deze route zullen bewandelen.
Gerechtshof Den Haag, 16 november 2021, ECLI (verkort): 2176

Bijlagen bij dit bericht