Rechter laat ‘nieuwe’ heffing box 3 in stand

De belasting op spaargeld en beleggingen die sinds 2017 geldt is niet in strijd met Europese regels. Maar de Nederlandse wetgever zit met de heffing in box 3 van de inkomstenbelasting wel op het randje van wat Europees gezien mag, oordeelt de rechtbank in Haarlem.

6 april 2021 | Door redactie

Het oordeel van de rechtbank is het zoveelste hoofdstuk in de juridische strijd tegen de heffing op inkomen uit sparen en beleggen in box 3. Kern van de kritiek is dat de heffing uitgaat van een onrealistisch rendement. En dat dit in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

Massaal bezwaar tegen box 3-heffing

De heffing in box 3 is in 2017 flink gewijzigd. Tot die tijd rekende de Belastingdienst met een vast fictief rendement. Maar sinds 2017 probeert het systeem meer aan te sluiten bij de ‘werkelijke’ rendementen op spaargeld en beleggingen (artikel). Die ingreep heeft de kritiek nog niet echt doen verstommen. Om de juridische procedures in goede banen te leiden zijn uit de bergen bezwaren een aantal zaken uitgekozen voor een zogeheten ‘massaal bezwaar’-procedure. Ook voor het jaar 2020 is dat weer gebeurd.
In de zaak bij de rechtbank in Haarlem ging het om de massaalbezwaarprocedure over de jaren 2017 en 2018. In vier zaken toetste de rechtbank of het box 3-systeem in strijd is met het EVRM. En kort gezegd luidde het oordeel: met de nieuwe systematiek heeft de wetgever de grens opgezocht van wat mag volgens de Europese regels, maar die grens is ‘op stelselniveau’ niet overschreden.

Uitvoerbaarheid boven aansluiting bij de realiteit

Bij het opstellen van wetten moet de overheid zorgen dat de regels proportioneel zijn voor het beoogde doel van de heffing. Daarbij heeft de wetgever wel een ‘ruime beoordelingsvrijheid’. Volgens de Haarlemse rechter was de wetgever bij de nieuwe box 3-heffing nog binnen die vrijheid gebleven, maar zijn de grenzen van die beoordelingsvrijheid wel bereikt. Want op sommige onderdelen vond de wetgever de uitvoerbaarheid belangrijker dan het aansluiten bij de realiteit, oordeelde de rechter. Terwijl de wetgever zich er vooraf van ‘bewust had moeten zijn’ dat belastingplichtigen met vrijwel alleen maar spaargeld ‘zwaarder belast zouden worden’. Tegelijkertijd zijn er ook verzachtingen en verfijningen in de box 3-heffing doorgevoerd, door onderscheid te maken tussen rendement op sparen en beleggen. Al met al is er volgens de rechter een ‘fair balance’ in de regelgeving.

Advocaat-generaal: box 3-heffing discrimineert

Vraag is hoe deze zaak nu verder gaat. Verder gaat het sowieso, want het idee van de massaalbezwaarprocedure is dat er wordt doorgeprocedeerd tot aan de hoogste rechter. Daarbij is saillant dat de advocaat-generaal van de Hoge Raad onlangs juist heeft geoordeeld dat de nieuwe box 3-heffing ‘stelselmatig discrimineert’.
Rechtbank Noord-Nederland, 29 maart 2021, ECLI (verkort): 2606, 2607, 2608, 2609

Bijlagen bij dit bericht