Zomerschoonmaak in regelgeving loonheffingen

Staatssecretaris Wiebes van Financiën heeft het zomerreces aangegrepen om een paar oude bepalingen uit de besluiten voor de loonheffingen te verwijderen. De crisisheffing is officieel geschrapt, net als enkele regels die alleen vóór de werkkostenregeling golden.

1 augustus 2016 | Door redactie

Onlangs hebben twee besluiten met specifieke regels voor de loonheffingen een opfrisbeurt gekregen. Alle bepalingen die niet langer van toepassing zijn, zijn verwijderd. Het besluit van 14 april 2014 is vervangen door het gelijknamige besluit Loonheffingen. Diverse onderwerpen (pdf). Hierin zijn onderdeel 5 en 6 in zijn geheel geschrapt. De rest van het besluit (over de levensloopregeling, de tabel voor bijzondere beloningen en de studentenkaart) is onveranderd gebleven.

Oude regels overbodig sinds verplichte WKR

Onderdeel 5 ging over de toepassing van eindheffing vóór de werkkostenregeling. Aangezien de WKR sinds 2015 verplichte kost is voor elke werkgever, waren deze oude regels overbodig geworden. Voor de twee in dit onderdeel genoemde vergoedingen – namelijk de vergoeding van aan- en verkoopkosten bij zakelijke verhuizing en de vergoeding van schade die normaal gesproken niet wordt verzekerd – geldt dat ze tegenwoordig ten laste komen van de vrije ruimte.

Pseudo-eindheffing hoog loon bestaat niet meer

Onderdeel 6 behandelde de exacte berekening van de zogenoemde crisisheffing. Deze pseudo-eindheffing hoog loon waren werkgevers alleen in 2013 en 2014 verschuldigd over het loon van werknemers dat in het jaar ervoor een bedrag van € 150.000 oversteeg. De regels voor de bepaling van de hoogte van het loon voor deze heffing hoefden dus niet langer in het besluit te staan.
Ook in een ander besluit voor de loonheffingen schrapte Wiebes een aantal bepalingen die niet langer actueel zijn