Nieuwe franchisewet in de rechtszaal

Door de invoering van de nieuwe franchisewet dit jaar moeten franchisenemers veel meer informatie krijgen vóór ze ervoor tekenen om een franchisezaak te starten. Toch is het in de praktijk soms nog zoeken naar een goede werkwijze, zo blijkt uit een zaak bij de voorzieningenrechter in Utrecht.

20 juli 2021 | Door redactie

Bij franchising zijn twee onderdelen van het ondernemen uit elkaar getrokken. De franchisegever bekommert zich over het (winkel)concept en de marketing. De franchisenemer houdt zich bezig met de dagelijkse gang van zaken in het filiaal.

Nieuwe franchisewet geldt sinds 2021

Toch is het de afgelopen jaren bepaald niet altijd koek en ei geweest tussen franchisegevers en franchisenemers. De juridische heibel ging onder meer over omzetprognoses die in de praktijk onhaalbaar bleken. Ook klaagden franchisenemers geregeld dat de franchisegever te veel afspraken eenzijdig mochten wijzigen. Om aan die klachten tegemoet te komen is begin 2021 de nieuwe franchisewet ingevoerd. Die wet moet volgens het kabinet ‘de machtsbalans’ in de sector herstellen (artikel). Dat uit zich onder meer in de informatie die een franchisenemer moet ontvangen vóór hij de franchiseovereenkomst tekent. Dat zijn onder meer financiële gegevens over het filiaal dat de ondernemer gaat uitbaten. Het idee is dat de ondernemer zo beter kan afwegen of hij het ziet zitten, en ook advies kan inwinnen. Deze informatie moet volgens de wet minstens vier weken vóór het tekenmoment worden aangeleverd. Dit is de ‘precontractuele fase’. In deze vier weken mag de franchisegever niets wijzigen in het contract, tenzij dit in het voordeel van de franchisenemer is.

Franchisegever ziet af van verdere samenwerking

In de zaak bij de rechtbank in Utrecht ging het om een franchisenemer die een vestiging van een pizzaketen wilde gaan uitbaten. Hij had daarvoor ook een ‘precontractueel informatiedocument’ van ruim 400 pagina’s ontvangen en een concept-franchiseovereenkomst. Maar de ondernemer kon zich niet helemaal vinden in het franchisecontract en na een mailwisseling liet de pizzaketen weten dat zij afzag van een verdere samenwerking. Vervolgens stapte de franchisenemer naar de rechter. Hij vond namelijk dat de pizzaketen het aanbod om een franchiseovereenkomst te sluiten na moest komen. De pizzaketen voerde aan dat zij dat niet verplicht was. Want in het informatiedocument stond ook: het opsturen van de informatie ‘verplicht partijen op geen enkele wijze om met elkaar een franchiseovereenkomst aan te gaan’.

Rechter: bepaling hoort niet in informatiedocument

Maar de voorzieningenrechter ging daar niet in mee. Volgens de rechter hoorde een dergelijke bepaling niet thuis in zo’n informatiedocument en had de pizzaketen de franchisenemer ook nadrukkelijk moeten wijzen op deze bepaling. De keten mocht er dan ook niet vanuit gaan dat de ondernemer akkoord was gegaan met deze bepaling. Ook vond de rechter een aangehaalde e-mail onvoldoende reden om te concluderen dat er geen grond meer was voor een vruchtbare samenwerking. De mail had wel een ‘pittige toon’, maar de franchisenemer stond ook onder druk vanwege de naderende opening en een deadline voor het opnemen van een lening bij de bank. Al met al oordeelde de rechtbank dat de pizzaketen de ondernemer alsnog moest aanbieden om een franchiserelatie aan te gaan voor dit filiaal, op straffe van een dwangsom.
Rechtbank Midden-Nederland, 30 juni 2021, ECLI (verkort): 2840