Aan welke voorwaarden moet een studiekostenbeding voldoen?

Publicatiedatum 22 juli 2019

Wij willen graag een studiekostenbeding in een opleidingsovereenkomst van een werknemer opnemen. Aan welke voorwaarden moet zo’n studiekostenbeding in elk geval voldoen? En geldt het beding alleen als de werknemer zelf ontslag neemt?

In een studiekostenbeding spreekt u met de werknemer af dat hij (een deel van) de opleidingskosten aan uw organisatie moet terugbetalen als hij tijdens of kort na de opleiding uit dienst treedt. U voorkomt daarmee mogelijk dat werknemers met hun vers opgedane – en door uw organisatie bekostigde – kennis naar de concurrent overlopen. U neemt een studiekostenbeding vaak op in een studie- of opleidingsovereenkomst, maar het kan ook in de arbeidsovereenkomst staan.

Glijdende schaal

Een studiekostenbeding is alleen geldig als u dit schriftelijk met de werknemer bent overeengekomen. In het beding moet u onder meer aangeven voor welke termijn de terugbetaling geldt. Wees daarbij reëel: aan een werknemer die tien jaar geleden een opleiding heeft afgerond, kunt u niet meer om terugbetaling van de studiekosten vragen. Binnen de terugbetalingstermijn moet u een glijdende schaal opnemen. Dat houdt in dat een werknemer die net na het afronden van de opleiding uit dienst treedt bijvoorbeeld nog het volledige bedrag moet terugbetalen, maar dat dit naar evenredigheid wordt afgebouwd. Een werknemer hoeft dan dus minder terug te betalen naarmate hij na de opleiding langer voor u blijft werken.

Reden voor terugbetaling

U moet in het beding ook vastleggen wat precies de redenen kunnen zijn voor terugbetaling. Dit kan zijn omdat de werknemer ontslag neemt of omdat hij herhaaldelijk het diploma niet haalt. Komt het initiatief voor het ontslag vanuit uw organisatie, dan kunt u de werknemer meestal niet aan het beding houden. Ook zal de rechter een studiekostenbeding in een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd strenger beoordelen dan een beding in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd.