Verboden onderscheid door extra seniorenverlof

Werkgevers mogen oudere werknemers niet zomaar extra verlof toebedelen. Er kan dan namelijk sprake zijn van een verboden onderscheid op grond van leeftijd. Uit een uitspraak van het College voor de Rechten van de Mens blijkt dat seniorenverlof soms wel is toegestaan in het kader van duurzame inzetbaarheid.

3 september 2015 | Door redactie

In de zaak ging het om een organisatie waarbij werknemers bij een leeftijd van 55 jaar niet meer verplicht waren om overwerk te doen of om consignatie- of ploegendiensten te draaien. Ook kregen werknemers vanaf 57 jaar extra seniorenverlofdagen toebedeeld. Ten slotte waren er extra verlofuren voor werknemers van 40 jaar en ouder of na 20 jaar dienstverband.

Geen extra verlof voor jongere werknemers

Volgens het College werd er een direct onderscheid gemaakt op grond van leeftijd bij het verlof voor senioren; werknemers die jonger waren dan 57 jaar kwamen immers niet in aanmerking voor het verlof. Bij het extra verlof na 20 jaar dienstverband was volgens het College sprake van indirect leeftijdsonderscheid. Het zijn namelijk meestal de oudere werknemers die de meeste dienstjaren hebben opgebouwd.
Als het extra verlof onderdeel is van een pakket met leeftijdsspecifieke maatregelen, zou het College beoordelen of het totale pakket objectief gerechtvaardigd was. Omdat de maatregelen niet waren opgesteld in het kader van duurzame inzetbaarheid, werd de maatregel op zichzelf getoetst.

Leeftijdsonderscheid was verboden

Het College oordeelde dat het niet verplicht stellen van overwerk, consignatie- en ploegendiensten preventieve maatregelen waren en daarom pasten binnen een beleid voor duurzame inzetbaarheid. Het toekennen van extra verlof was echter niet goed afgewogen tegen andere mogelijke middelen en daarom was niet vast komen te staan dat het een noodzakelijk middel was om werknemers langer gezond door te laten werken. Het leeftijdsonderscheid was daarom verboden.
College voor de Rechten van de Mens, 23 juli 2015, oordeel 2015-86