SER-advies geeft OR houvast voor verbetervoorstel

Er is veel ruimte voor verbetering op de arbeidsmarkt. Dat blijkt uit het ontwerpadvies dat de Sociaal-Economische Raad (SER) onlangs naar het kabinet heeft gestuurd. De ondernemingsraad (OR) kan dit rapport benutten om bij de bestuurder aan te dringen op een verbetering van de arbeidsvoorwaarden.

9 juni 2021 | Door redactie

In zijn ontwerpadvies (pdf) biedt de SER het (nieuwe) kabinet voorstellen om de arbeidsmarkt te hervormen. De SER pleit onder andere voor het beperken van flexwerk, het bevorderen van vaste dienstverbanden en meer inkomenszekerheid. Dit moet een einde maken aan structurele problemen op de arbeidsmarkt, zoals onzekerheid, ongelijkheid en ontevredenheid. De OR kan dit advies aangrijpen om de arbeidsvoorwaarden in de organisatie kritisch onder de loep te nemen en zo nodig bij de bestuurder aan te dringen op verbetering.

OR kan bestuurder aanzetten tot verbetering

De OR heeft instemmingsrecht bij regelingen op het gebied van arbeidsvoorwaarden (artikel 27 WOR). Denk aan de pensioenregeling, de arbeidstijdenregeling of het aanstellingsbeleid. De bestuurder kan zo’n regeling dus alleen invoeren, wijzigen of beëindigen als de OR hiermee heeft ingestemd. Dit geeft de OR de mogelijkheid om de aanbevelingen van de SER mee te nemen bij de beoordeling van de plannen van de bestuurder en zo het beleid te verbeteren.

OR die ruimte voor verbetering ziet, kan initiatief nemen

De OR heeft op deze gebieden bovendien de speciale taak om te bevorderen dat de  bestuurder zich aan de geldende voorschriften op het gebied van arbeidsvoorwaarden, arbeidsomstandigheden en arbeids- en rusttijden houdt (artikel 28, lid 1 WOR). Gebeurt dit niet of onvoldoende, of ziet de OR ruimte voor verbetering, dan moet de OR dit aankaarten bij de bestuurder. De OR kan het onderwerp op de agenda zetten voor de eerstvolgende overlegvergadering, maar de raad kan bijvoorbeeld ook zijn initiatiefrecht gebruiken om de bestuurder hierover tussentijds ongevraagd te adviseren (artikel 23, lid 3 WOR).

Bijlagen bij dit bericht