Wintersport verbieden of doorbetalen bij gips?

Werkgevers mogen hun werknemers niet verbieden om op wintersport te gaan of andere risicovolle sporten te beoefenen. Als een werknemer bovendien met een gipsvlucht terug naar huis komt, moet zijn werkgever zijn loon voor minstens 70% doorbetalen. Het risico van een risicovolle sport ligt dus bij de organisatie.

4 februari 2016 | Door redactie

Skiën, snowboarden, bungeejumpen of diepzeeduiken: het zijn hobby’s waarbij het risico op een ongeluk groot is. De kans dat een werknemer een ongeluk krijgt en hierdoor (tijdelijk) arbeidsongeschikt raakt, is groter dan bij andere sporten. Toch mogen werkgevers hun werknemers niet verbieden om dergelijke sporten uit te oefenen en moeten ze minimaal 70% van het loon van de werknemer doorbetalen als hij ziek wordt, met (in het eerste jaar) als ondergrens het wettelijk minimumloon (tools). Deze loondoorbetalingsplicht kan hij wel onderbrengen bij een verzekeraar (tool).

Werknemer moet zich inzetten voor re-integratie

Hoewel een werkgever risicovolle activiteiten dus niet kan verbieden, kan hij natuurlijk wel het gesprek met de werknemer aangaan over de risico’s. De werknemer moet er bovendien voor waken dat hij niet met opzet arbeidsongeschikt wordt. Hij is daarnaast verplicht om zich in te zetten om zo snel mogelijk te re-integreren. Tijdens het herstel van een schouderblessure gaan skiën – met alle risico’s van dien – valt daar bijvoorbeeld niet onder.

Regresrecht kan kosten werkgever verlagen

Wordt een werknemer arbeidsongeschikt door toedoen van een ander, dan is mogelijk het regresrecht van toepassing. De organisatie kan de schade dan verhalen op die andere partij. Dat geldt niet alleen voor de loonkosten van de zieke werknemer, maar ook voor de kosten voor vervanging en re-integratiekosten.