Inspecteur mag desnoods complete administratie opvragen

De inspecteur kan voor het opleggen van een aanslag extra informatie opeisen bij een organisatie of onderneming. Zo'n verzoek is wel enigszins begrenst, want de inspecteur mag niet 'onevenredig' veel documenten opvragen. Toch duurt het best lang voordat die grens is bereikt, concludeert de advocaat-generaal van de Hoge Raad.

13 januari 2020 | Door redactie

Iedere belastingplichtige heeft een wettelijke informatieplicht, en is dus verplicht om alle gegevens aan te leveren die van belang zijn voor de belastingheffing. Maar de inspecteur mag ontbrekende puzzelstukjes ook opvragen met een bindende informatiebeschikking.

Informatiebeschikking voor volledige administratie nv

In dit geval ging het om een nv die statutair gevestigd was op Curaçao. Via onderzoek bij andere ondernemingen kwam de inspecteur te weten dat Nederlandse ondernemingen bedragen hadden gestort op de rekening van de nv. Dat waren betalingen voor onder meer beheersdiensten. De inspecteur wilde graag weten of de nv belastingplichtig was voor de Nederlandse vennootschapsbelasting. Daarom vroeg hij de nv om de complete administratie te overleggen. Toen de nv telkens weigerde om de administratie te laten zien, kwam de inspecteur met een informatiebeschikking voor de volledige administratie.
Daarmee vroeg de inspecteur volgens de nv veel meer papieren op dan nodig waren om zijn doel te bereiken. In juridische termen: de beschikking was in strijd met het evenredigheidsbeginsel.

Informatieverzoek is niet snel disproportioneel

Maar advocaat-generaal Robert IJzerman stelde in zijn conclusie dat het verzoek niet disproportioneel was en dat zo’n informatieverzoek in het algemeen ook niet snel disproportioneel zal zijn. Zonder informatie van de nv kan de inspecteur zijn taak niet uitvoeren, aldus IJzerman. En: ‘Van een informatieplichtige mag mijns inziens tot op vrij grote hoogte worden gevergd dat deze zich inspant en zo nodig kosten maakt om te voldoen aan een informatieverzoek.’ Halsstarrig weigeren om de administratie te overleggen past daar niet bij, aldus de advocaat-generaal. Bovendien was het aan de nv om goed te onderbouwen waarom de het verzoek te ver zou gaan. Het advies aan de Hoge Raad was dan ook om de inspecteur in het gelijk te stellen.
Parket bij de Hoge Raad, 12 december 2019 (publicatiedatum 9 januari 2020), ECLI (verkort): 1321