AG: afdrachtvermindering voor deelkwalificatie

Als uw onderneming afdrachtvermindering onderwijs heeft toegepast voor een werknemer die een deelkwalificatie heeft behaald, is dat volgens de advocaat-generaal (AG) van de Hoge Raad terecht. De afdrachtvermindering zou volgens de AG wel al moeten vervallen op het moment dat de werknemer een afsluitende toets heeft afgelegd en dus niet pas op het moment waarop de deelkwalificatie wordt uitgereikt.

5 november 2015 | Door redactie

De afdrachtvermindering onderwijs geldt ook voor deelkwalificaties. Dat blijkt uit een conclusie van de AG van de Hoge Raad over een rechtszaak waarin een werkgever de afdrachtvermindering had toegepast op een werknemer die het praktijkdeel van zijn opleiding had gevolgd. De inspecteur van de Belastingdienst vond dat deelcertificaat niet genoeg voor de afdrachtvermindering. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden dacht hier anders over, maar de staatssecretaris van Financiën ging in cassatie tegen die uitspraak.

Mondelinge overeenkomst soms voldoende

De staatssecretaris stelde dat de praktijkovereenkomst (tool) van de leerling niet voldeed aan alle formele eisen. Hoewel de leerling al eerder een mondelinge overeenkomst had, werd de schriftelijke praktijkovereenkomst pas veel later getekend. Het praktijkdeel van de opleiding was in de tussentijd feitelijk al begonnen. De AG is van mening dat de staatssecretaris een te strikte opvatting van de wettelijke vereisten hanteerde, ook gezien de belangen van de betrokken partijen en het gegeven dat er overduidelijk al een overeenkomst tot stand was gekomen.

Recht vervalt bij bekendmaking slagen

Ook vroeg de staatssecretaris wanneer het recht op de afdrachtvermindering precies vervalt: op het moment dat de leerling hoort dat hij geslaagd is, of op het moment dat hij feitelijk de deelkwalificatie krijgt uitgereikt. Volgens de AG is men in het normaal spraakgebruik als leerling geslaagd op het moment dat dit bekendgemaakt wordt. Dit moment kan eerder zijn dat het tijdstip dat het papiertje daadwerkelijk wordt uitgereikt. Aangezien deze vraag in deze specifieke zaak nog beantwoord moest worden, adviseerde de AG aan de Hoge Raad om de zaak terug te verwijzen voor nader onderzoek.
Parket bij de Hoge Raad, 10 juni 2015, ECLI (verkort): 2196