Hoe verloon ik een 53e loonweek via de vierwekentabel?

3 juni 2020

In 2020 vallen de weken zo dat er 53 loonweken in het kalenderjaar vallen. Hoe werkt de verloning via de vierwekentabel in dat geval?

Eens in de zoveel jaar vallen de weken zo dat er geen sprake is van de gebruikelijke 52 weken in een kalenderjaar, maar van 53 loonweken. Voor werkgevers die met de maandtabel werken, heeft dat geen consequenties. Er is immers nog steeds sprake van 12 maanden in het jaar. Voor administraties waar de vierwekentabel wordt toegepast, vraagt deze 53e loonweek echter wel extra aandacht. 

Extra week verlonen

Een vierwekenaangifte – de naam zegt het al – gaat uit van een periode van 4 weken. Met 13 periodes van 28 dagen blijft er ieder jaar 1 dag over. En in een schrikkeljaar zelfs 2 dagen. Zo nu en dan moet er dan een extra week worden verloond. Dat kan op 2 manieren. U kunt week 53 afzonderlijk verlonen of samen met de laatste vierwekenperiode. Hieronder leest u meer over beide opties:

1  Week 53 afzonderlijk

U kunt ervoor kiezen om het loon over de 53e loonweek afzonderlijk te berekenen en aan de werknemer te betalen. U gaat dan uit van de gebruikelijke 13 periodes van vier weken plus een extra 14e periode van een week. Voor de loonbelasting/premie volksverzekeringen geldt dan dat u over deze 14e periode de weektabel moet toepassen. Voor de andere 13 periodes hanteert u de normale vierwekentabel.

Voor de premies werknemersverzekeringen moet u de methode van het voortschrijdend cumulatief rekenen (VCR) toepassen. Tot en met het 13e vierwekenloon bedraagt het cumulatieve maximumloon (13 × € 4.402,46 =) € 57.231,98. Het absolute maximum voor de werknemersverzekeringen bedraagt in 2020 € 57.232. Voor de 53e loonweek hoeft u dus nog maar (€ 57.232 – € 57.231,98 =) € 0,02 aan de cumulatieven toe te voegen.

Ook voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (ZVW) geldt de VCR-methode. Omdat het maximumbijdrageloon voor de ZVW hetzelfde is als het maximumpremieloon voor de werknemersverzekeringen, geldt ook voor de ZVW dat u voor de 53e week nog maar over maximaal € 0,02 aan werkgeversheffing hoeft te berekenen.

Als er geen sprake is van een loontijdvak van 4 weken maar van een week, kunt u in de 53e loonweek nog over € 0,28 premies werknemersverzekeringen en werkgeversheffing ZVW heffen. Van het maximumpremie- en -bijdrageloon van € 57.232 moet u dan 52 × € 1.100,61 voor de eerste 52 loonweken aftrekken.

2  Samen met de laatste vierwekenperiode

De 2e mogelijkheid is om het loon over de 53e loonweek in één klap uit te betalen met de 13e vierwekenperiode (week 49 tot en met 52). In dit geval is de 13e periode dus een tijdvak van 5 loonweken. Omdat voor een loontijdvak van 5 weken geen tabel bestaat, moet u voor het bepalen van de loonbelasting/premie volksverzekeringen het loon herleiden naar het loon over een tijdvak waarvoor wel een tabel bestaat. In de praktijk doet u dit het makkelijkst door op het belastbaar loon 5 keer de weektabel toe te passen. De premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW mag u nog over maximaal € 4.402,48 berekenen. Tot en met de 12e vierwekenperiode heeft er immers al heffing plaatsgevonden over 12 × € 4.402,46 = € 52.829,52. Dit brengt u in mindering op het maximumpremieloon van € 57.232.

Volgens de ISO-norm

Wanneer er precies een 53e loonweek is, wordt bepaald door ISO-norm 8601. Die stelt dat week 1 van een kalenderjaar altijd de eerste donderdag van het jaar bevat. Dit zorgt ervoor dat een ISO-jaar altijd 52 of 53 volle weken heeft. Van een 53e loonweek is deze eeuw sprake in 2004, 2009, 2015, 2020, 2026, 2032, 2037, 2043, 2048, 2054, 2060, 2065, 2071, 2076, 2082, 2088, 2093 en 2099.