Minister maakt afkoop pensioen fiscaal gunstiger

Het wetsvoorstel Bedrag ineens, RVU en verlofsparen is aangenomen door de Tweede Kamer. Minister Koolmees van SZW heeft het wetsvoorstel aangepast. Gepensioneerden krijgen de mogelijkheid het ‘bedrag ineens’ op een later moment uit te laten keren.

19 november 2020 | Door redactie

Het wetsvoorstel komt voort uit het pensioenakkoord. Het moet werknemers vanaf 2021 meer keuzes geven rondom pensioen door een optie voor het opnemen van een deel van hun pensioenvermogen als een bedrag ineens, een tijdelijke versoepeling van de pseudo-eindheffing bij regelingen voor vervroegde uittreding (RVU-heffing) en meer fiscale ruimte voor het sparen van bovenwettelijk verlof. Minister Koolmees heeft via een nota van wijziging inhoudelijke veranderingen aangebracht in dit wetsvoorstel. Deze aanpassing zorgt ervoor dat gepensioneerden een bedrag ineens kunnen opnemen op het moment dat dit het beste aansluit bij hun persoonlijke situatie.

Werknemer kan afkoop pensioenbedrag uitstellen

Een pensioendeelnemer kan vanaf 1 januari 2022 maximaal 10% van de waarde van zijn ouderdomspensioen laten afkopen. In de nota van wijziging heeft de minister een extra afkoopmoment toegevoegd: de deelnemer aan de regeling krijgt voorafgaand aan zijn gewenste pensioeningangsdatum de keuze of hij een bedrag ineens wil opnemen op zijn pensioeningangsdatum of later, namelijk in de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin hij de AOW-leeftijd bereikt (op voorwaarde dat hij met pensioen gaat vóór dit moment).

Pensioenuitvoerders niet enthousiast over wijziging

In het laatste geval is de gepensioneerde geen AOW-premie verschuldigd over het bedrag ineens, omdat de (gedeeltelijke) afkoop van het pensioen plaatsvindt in het jaar ná het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd. De deelnemer moet deze keuze wel op één moment maken. Op die manier hoopt de minister de complexiteit en de kosten van de uitvoering voor pensioenuitvoerders zo veel mogelijk te beperken. De Pensioenfederatie en het Verbond van Verzekeraars zetten hier vraagtekens bij. Volgens hen maakt de wijziging de regeling extra complex voor zowel uitvoerders als deelnemers.

Ook wetsvoorstel vertraging AOW-leeftijd aangenomen

Ook het wetsvoorstel Verandering koppeling AOW-leeftijd is onlangs aangenomen door de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel vervangt de huidige één-op-één-koppeling tussen de AOW- en pensioenrichtleeftijd en de gemiddelde levensverwachting door een zogenoemde tweederde-koppeling. Dit houdt in dat de AOW-leeftijd met acht maanden stijgt, in plaats van één jaar, als de levensverwachting met een jaar toeneemt.