Assessment aanpassen aan capaciteiten

In tijden van reorganisatie kan uw organisatie van werknemers vragen om een assessment te doen. Het resultaat van deze test geeft aanknopingspunten voor bijvoorbeeld het coachingstraject naar een alternatieve functie. Uit een recente uitspraak van Rechtbank Amsterdam blijkt dat u bij het aanbieden van een assessment rekening moet houden met de capaciteiten van de werknemer.

8 mei 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een werknemer met een verstandelijke beperking die werkzaam was op de postkamer van een bank. In het kader van een reorganisatie moest de werknemer deelnemen aan een assessment. Het resultaat van deze test was dat de werknemer per 1 maart 2013 niet werd herplaatst in de organisatie, maar in de zogenoemde mobiliteitsorganisatie die werknemers begeleidde naar een nieuwe functie. De werknemer was het niet met deze beslissing eens. Hij vond dat de test onvoldoende rekening hield met zijn verstandelijke beperking en diende een klacht in bij de Geschillencommissie. De commissie oordeelde dat de werknemer nogmaals een test moest doen, waarbij wel rekening werd gehouden met zijn verstandelijke beperking.

Ontbinding wegens assessment geen gewichtige reden

Uit de tweede test kwam naar voren dat de werknemer boventallig was. Alleen medewerkers die het assessment goed maakten, kwamen namelijk in aanmerking voor herplaatsing. De bank bood de werknemer hierop alsnog een tijdelijke arbeidsovereenkomst in de mobiliteitsorganisatie aan. Hierna verzocht de bank de kantonrechter in Amsterdam om per 1 juni 2014 de arbeidsovereenkomst te ontbinden.
De kantonrechter oordeelde dat een assessment als selectiemethode op zich redelijk was. Maar volgens de kantonrechter had de bank wel zorgvuldiger te werk kunnen gaan door eerst te onderzoeken of de werknemer goed in staat was om het assessment te doen. Een beter passende test had volgens de kantonrechter kunnen leiden tot een ander resultaat. De bank had bovendien aangegeven dat de werknemer altijd naar tevredenheid had gefunctioneerd. De boventalligheid van de werknemer kan volgens de kantonrechter dan ook worden betwijfeld. Bij zijn oordeel nam de rechter ook de eerste test mee. Door de werknemer aan een te zware test te onderwerpen, had de bank geen rekening gehouden met de zwakke positie van de werknemer op de arbeidsmarkt en het hieruit voortvloeiende belang om zijn baan te behouden.
Rechtbank Amsterdam, 18 juli 2014, ECLI (verkort): 5497