Assessment is niet altijd een geldig middel

Mag u door een bepaling in de cao bij een reorganisatie selecteren op kwaliteit, dan kunt u hiervoor een assessment afnemen bij werknemers. In sommige gevallen moet u het assessment dan wel aanpassen aan de capaciteiten van een werknemer, zo blijkt uit een uitspraak van Rechtbank Amsterdam.

20 mei 2015 | Door redactie

In deze zaak ging het om een werknemer met een verstandelijke beperking die werkzaam was bij een bank. In het kader van een reorganisatie moest hij deelnemen aan een assessment dat de kwaliteit van werknemers moest achterhalen. Door een cao-bepaling telde kwaliteit mee bij het afspiegelen. Resultaat van de test was dat de werknemer niet werd herplaatst binnen de bank, maar in de zogenoemde mobiliteitsorganisatie die werknemers begeleidde naar een nieuwe baan. De werknemer vond echter dat de test geen rekening hield met zijn verstandelijke beperking en diende een klacht in bij de Geschillencommissie. Deze commissie oordeelde dat de werknemer nogmaals een test moest doen, waarbij wel rekening werd gehouden met zijn verstandelijke beperking.

Geen ontbinding door onzorgvuldig handelen werkgever

Uit de tweede test kwam naar voren dat de werknemer boventallig was. Alleen werknemers die het assessment goed maakten, kwamen in aanmerking voor herplaatsing. De bank bood de werknemer hierop alsnog een tijdelijke arbeidsovereenkomst in de mobiliteitsorganisatie aan.
Later verzocht de bank de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden, maar de kantonrechter ging hier niet mee akkoord. Hoewel de kantonrechter oordeelde dat een assessment als selectiemethode op zich redelijk was, vond hij ook dat de bank zorgvuldiger te werk had kunnen gaan door eerst te onderzoeken of de werknemer goed in staat was om het assessment te doen.

Assessment paste niet bij capaciteiten van werknemer

Een beter passende test had volgens de rechter kunnen leiden tot een ander resultaat. De bank had bovendien aangegeven dat de werknemer altijd goed had gefunctioneerd. De boventalligheid van de werknemer kon volgens de kantonrechter dan ook worden betwijfeld. Bij zijn oordeel nam de rechter ook de eerste test mee. Door de werknemer aan een te zware test te onderwerpen, had de bank geen rekening gehouden met de zwakke positie van de werknemer op de arbeidsmarkt en zijn belang om zijn baan te behouden. De bank moest daarom weer op zoek naar een passende functie.
Rechtbank Amsterdam, 18 juli 2014, ECLI (verkort): 5497