Richtbedragen OR-scholing 2022 bekend

De Sociaal-Economische Raad (SER) heeft de richtbedragen voor 2022 voor OR-scholing bekendgemaakt. Het richtbedrag voor een maatwerkcursus voor de hele ondernemingsraad (OR) is vastgesteld op € 1.100 per dagdeel per OR. Dat is € 35 meer dan dit jaar.

27 oktober 2021 | Door redactie

De SER stelt de richtbedragen voor OR-cursussen jaarlijks vast op voordracht van de Commissie Bevordering Medezeggenschap (CBM). Net als voorgaande jaren heeft de SER twee richtbedragen bepaald. Voor een maatwerkcursus voor de hele OR stelde de SER een bedrag vast van € 1.100 netto per dagdeel per OR, exclusief accommodatiekosten (2021: € 1.065). Voor een open inschrijvingscursus (een cursus met een vast programma waarvoor een OR-lid zich individueel kan inschrijven) geldt volgend jaar een richtbedrag van € 190 netto per dagdeel per OR-lid (inclusief accommodatiekosten). Dat bedrag is onveranderd ten opzichte van dit jaar.

OR-leden hebben wettelijk recht op scholing

Alle OR-leden hebben recht op scholing. Dit is vastgelegd in artikel 18 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR). OR en bestuurder stellen in onderling overleg het aantal scholingsdagen voor de OR vast. OR-leden hebben recht op minimaal 5 dagen scholing per jaar. Leden van een OR-commissie hebben daarnaast recht op 3 scholingsdagen per jaar. De werkgever moet OR-leden in de gelegenheid stellen om deze scholing onder werktijd en met behoud van loon te volgen (artikel 22 WOR).

Goede indicatie voor OR-scholingsbudget 2022

De richtbedragen geven ondernemingsraden een goede indicatie van de redelijke kosten die de OR het komende jaar zal gaan maken voor kwalitatief goede OR-scholing. Het zijn dus geen wettelijke normen, maar richtlijnen. De richtbedragen geven de OR en bestuurder houvast bij het bepalen van het OR-scholingsbudget voor het komende jaar. De CBM berekent de bedragen op basis van de tarieven die opleidingsinstituten met een SCOOR-RMZO certificaat hanteren. De richtbedragen zijn exclusief BTW en all-in, dus inclusief tarieven voor trainers, docenten en werknemers, kosten voor voorbereiding, uitvoering en nazorg van de cursus, eventuele reiskosten en kosten voor overhead en cursusmaterialen.