30%-regeling mag niet in aangifte inkomstenbelasting

Een werkgever moet loon aanwijzen als eindheffingsbestanddeel als hij de 30%-regeling wil toepassen. Doet hij dat niet? Dan kan de werknemer de 30%-regeling niet alsnog in de inkomstenbelasting toepassen. Dat oordeelde Gerechtshof Den Haag.

4 augustus 2021 | Door redactie

Een Deense werknemer werkte van 1 januari 2012 tot en met 31 maart 2015 voor een Nederlandse werkgever. De Belastingdienst had een beschikking afgegeven voor de toepassing van de 30%-regeling. In april en mei 2015 ontving de werknemer een nabetaling van zijn Nederlandse werkgever. De werkgever hield loonbelasting/premie volksverzekeringen in op dit loon, maar wees het niet aan als eindheffingsbestanddeel en paste de 30%-regeling niet toe. Bij zijn aangifte inkomstenbelasting over het jaar 2015 paste de werknemer de 30%-regeling alsnog toe met als omschrijving ‘correctie 30%-regeling’, en bracht 30% van de nabetaling in mindering op zijn looninkomsten.
Het gerechtshof oordeelde dat de werknemer dat niet kon doen. De werknemer had het loon volledig in de heffing van de inkomstenbelasting moeten betrekken. Voor het loonbegrip in de inkomstenbelasting moest namelijk worden aangesloten bij het loonbegrip voor de loonbelasting. Daardoor werkte de keuze van de werkgever om het loon niet als eindheffingsbestanddeel aan te wijzen door naar de inkomstenbelasting.

Beschikking of afspraken spelen geen rol

De werknemer kon ook niet aannemelijk maken dat de loonbestanddelen geheel of gedeeltelijk waren aangewezen als eindheffingsbestanddeel. Dat in de arbeidsovereenkomst afspraken waren gemaakt over de toepassing van de 30%-regeling en dat de werkgever een beschikking voor de 30%-regeling had, maakte daarbij geen verschil. De aanwijzing van een gerichte vrijstelling als eindheffingsbestanddeel is volgens de rechter alleen voltooid als de werkgever hiermee rekening houdt bij de uitbetaling van het loon. Verder moet hij deze op individueel niveau verwerken in de loonadministratie. Daarmee komen immers pas de aard en omvang van de gerichte vrijstelling, de omvang van het loon en de daarover verschuldigde belasting vast te staan.
Gerechtshof Den Haag, 30 juni 2021, ECLI (verkort): 1325