Wijzigingen in verwerking IKB in aangifte loonheffingen

Op basis van een nieuw besluit kunnen werkgevers straks de gegevens uit het individueel keuzebudget (IKB) of persoonlijk keuzebudget (PKB) beter verwerken in de aangifte loonheffingen. Daardoor kan UWV de uitkeringen nauwkeuriger vaststellen.

10 maart 2021 | Door redactie

Een werknemer met een individueel keuzebudget (IKB), persoonlijk keuzebudget (PKB) of een vergelijkbare arbeidsvoorwaarde bouwt periodiek regelmatig een bedrag aan toekomstig loon op, dat hij later kan opnemen. Het gaat dan om een arbeidsvoorwaardenbedrag. Het besluit heeft als doel om de gegevens van arbeidsvoorwaardenbedragen uit IKB of PKB beter te kunnen verwerken, zodat UWV de uitkeringen nauwkeuriger kan vaststellen. Met de wijzigingen moet de werkgever straks gegevens over opbouw van bedragen en opname van bedragen op grond van IKB of PKB aanleveren. Die gegevens kan UWV dan gebruiken bij het vaststellen van de hoogte van uitkeringen.
Voor deze aanpassingen worden er twee rubrieken ingevoerd in de loonaangifte, dit zijn ‘opbouw arbeidsvoorwaardenbedrag’ en ‘opname arbeidsvoorwaardenbedrag’. De twee rubrieken ‘opbouw extra periode salaris’ en ‘uitbetaling extra periode salaris’ komen te vervallen.

IKB en PKB kunnen nu nog leiden tot een lagere uitkering

Nu nog loopt een werknemer die gebruikmaakt van zijn IKB of PKB het risico op een lagere uitkering bij ziekte, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid doordat de bedragen niet afzonderlijk zijn verantwoord in de aangifte loonheffingen. Daardoor kan UWV deze bedragen niet herkennen, en worden bij het vaststellen van een uitkering op basis van de gegevens in de polisadministratie, opgebouwde bedragen buiten beschouwing gelaten. De uitbetaalde bedragen worden in aanmerking genomen in het tijdvak waarin ze door de werkgever als onderdeel van het loon in de loonaangifte worden opgenomen. De wijziging moet dit oplossen. 

De Belastingdienst kan het besluit per 1 januari 2022 uitvoeren. Maar om de wijzigingen per 2022 te kunnen verwerken, moet het besluit wel uiterlijk 1 april 2021 definitief zijn. Het besluit is eerder ter consultatie online gepubliceerd.

Bijlagen bij dit bericht