Tragere stijging AOW-leeftijd door Tweede Kamer

Een groot deel van de Tweede Kamer heeft ingestemd met het wetsvoorstel dat de versnelde verhoging van de AOW-leeftijd vertraagt. De bedoeling is dat het wetsvoorstel al per 2020 in werking treedt.

21 juni 2019 | Door redactie

Nadat de achterban van de vakbonden instemden met het pensioenakkoord, heeft minister Koolmees van SZW haast gemaakt met het wetsvoorstel Temporisering verhoging AOW-leeftijd. Maandag stuurde hij dit naar de Tweede Kamer en de Kamer heeft donderdag al ingestemd met de nieuwe regels. Alleen de PVV en Forum van Democratie weigerden steun te geven aan het voorstel, dat nu langs de Eerste Kamer gaat. Minister Koolmees hoopt de wijziging van de AOW nog voor het einde van de maand door de senaat te loodsen, zodat deze per 1 januari 2020 in kan gaan.

In 2020 en 2021 stijgt de AOW-leeftijd niet

Het wetsvoorstel is het eerste deel van het pensioenakkoord dat is uitgewerkt tot wetgeving. De AOW-leeftijd blijft in 2020 en 2021 66 jaar en vier maanden. Daarna stijgt de AOW-leeftijd langzamer dan nu is bepaald. Onder de nieuwe regels is de AOW-leeftijd vanaf 2025 aan de levensverwachting gekoppeld. Momenteel geldt nog dat die koppeling al per 2022 gemaakt wordt. Bovendien geldt straks dat bij een stijging van de gemiddelde levensverwachting met een jaar de AOW-leeftijd niet ook met een jaar maar met acht maanden stijgt. Het wetsvoorstel heeft gevolgen voor het lage-inkomensvoordeel en het jeugd-LIV, dat zelfs volledig zal sneuvelen per 2024.