Wetgevingsprocedure

Beschrijving

In Nederland verloopt het invoeren van een nieuwe wet via een vaste wetgevingsprocedure. Daarbij zijn meerdere stappen en partijen betrokken, waaronder ministers, de Tweede en Eerste Kamer en de Raad van State. De procedure waarborgt zorgvuldige besluitvorming voordat een wet in werking treedt.

Opstellen en goedkeuring wetsvoorstel

Een wetsvoorstel wordt opgesteld door ambtenaren in opdracht van een minister of staatssecretaris. Na akkoord van de ministerraad wordt het voorstel voorgelegd aan de Raad van State, die toetst op uitvoerbaarheid en grondwettigheid. Het advies is niet bindend, maar wordt verwerkt in een nader rapport.

Behandeling in de Kamer

De Tweede Kamer behandelt het voorstel inhoudelijk en kan wijzigingen aanbrengen via amendementen. Na stemming gaat het voorstel naar de Eerste Kamer, die alleen kan instemmen of verwerpen. Ook daar is een meerderheid vereist.

Formele bekrachtiging en publicatie

Na goedkeuring ondertekenen de koning en minister(s) de wet. Vervolgens wordt deze gepubliceerd in het Staatsblad. De wet treedt in werking op een vastgestelde datum of bij Koninklijk Besluit.

Alternatieve routes

Wetsvoorstellen kunnen ook worden ingediend door Tweede Kamerleden (initiatiefvoorstel) of via Europese regelgeving. Voor uitvoering kunnen onderdelen ook worden geregeld via een Algemene Maatregel van Bestuur of ministeriële regeling.