Geen nieuw feit; inspecteur moet gewoon z’n werk doen

Een inspecteur kan niet navorderen als blijkt dat hij gewoon de aangiften uit eerdere jaren beter had moeten bekijken waardoor hij de ‘fout’ toen had kunnen ontdekken. Er is dan dus geen sprake van een nieuw feit dat wel nodig is om na te kunnen vorderen.

6 mei 2021 | Door redactie

De Belastingdienst kan navorderen als er sprake is van een nieuw feit. Het moet dan wel gaan om iets wat de inspecteur ten tijde van de aanslag niet wist of niet kon weten. De inspecteur heeft wel een onderzoeksplicht. Als de aangifte vragen oproept, moet de inspecteur daar op dat moment induiken. Anders is er later geen sprake van een nieuw feit, maar van een ‘oud feit’ dat de inspecteur eerder simpelweg over het hoofd heeft gezien. Hierom ging het in onderstaande zaak.

Geen bron van inkomen aanwezig

Het ging hier om een man die een webshop exploiteerde. Daarnaast had hij ook nog een dienstbetrekking met een goed salaris. In de aangiften inkomstenbelasting gaf hij in de jaren 2003 tot en met 2015 steeds een verlies uit de webshop op. Ook voor 2016 gaf hij weer een verlies op. De inspecteur gaf aan dat hij van de aangifte 2016 wilde afwijken. Hij stelde dat de webshopactiviteiten geen bron van inkomen waren en dat het verlies dus niet mocht worden meegenomen. Voor 2015 legde hij een navorderingsaanslag op omdat hij het verlies uit de onderneming had gecorrigeerd. Met deze navorderingsaanslag kon de webshopeigenaar niet instemmen.

Inspecteur had oudere aangiftes erbij moeten pakken

De rechter was het met de inspecteur eens dat er geen bron van inkomen aanwezig was.  Maar dit feit had de inspecteur al veel eerder kunnen opmerken als hij de oudere aangiftes goed had bekeken. Daarin waren al vanaf 2003 verliezen opgenomen. Bij het checken van de aangifte over 2015 had hij dus gewoon de oudere aangiftes erbij moeten pakken. Dit had hij echter niet gedaan. De rechtbank oordeelde daarom dat er geen sprake was van een nieuw feit. De navorderingsaanslag over 2015 ging dus van tafel.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant, 13 april 2021 (gepubliceerd 4 mei 2021), ECLI (verkort): 1831

Bijlagen bij dit bericht