Inspecteur hoeft niet álles te vertellen

De inspecteur kan via een zogeheten informatiebeschikking gegevens opvragen bij een belastingplichtige. Maar bij zo'n verzoek om informatie hoeft de inspecteur niet per se alles te vertellen wat hij weet, oordeelt de Hoge Raad.

6 juli 2021 | Door redactie

Iedere belastingplichtige moet van de wet bij de Belastingdienst alle gegevens aanleveren die van belang kunnen zijn voor de belastingheffing. Maar als de inspecteur vindt dat hij meer gegevens nodig heeft, kan hij uiteindelijk een informatiebeschikking opleggen (artikel). Daarin moet de inspecteur nauwkeurig omschrijven welke informatie hij nodig heeft en waarom. Heel veel documenten opvragen omdat daar ‘misschien’ wat interessants in staat, mag niet.

Verzoek om informatie over buitenlandse rekeningen

In deze zaak ging het om een belastingplichtige met geld op buitenlandse bankrekeningen die niet allemaal vermeld waren in de aangifte inkomstenbelasting. Via de fiscale opsporingsdienst FIOD was de inspecteur ter ore gekomen dat de vrouw in België een rekening had waar ruim € 1,4 miljoen op stond.
Daarop stuurde de inspecteur een informatieverzoek naar de vrouw met onder meer de algemene vraag welke buitenlandse rekeningen zij bezat en of zij daar rekeningafschriften van wilde aanleveren. Na enig aandringen vertelde de vrouw de Belastingdienst wel over een paar buitenlandse rekeningen, maar niet over de Belgische rekening. Daarop concludeerde de inspecteur dat de vrouw nog steeds niet aan haar wettelijke informatieverplichting had voldaan. Daarom kwam hij met een informatiebeschikking en later ook met navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelasting en de BTW.

Rechtsbescherming niet geschonden

De vrouw vond de opgelegde informatiebeschikking onredelijk en buitenproportioneel en vocht de beschikking aan bij de rechter (toolbox). Het gerechtshof vernietigde de beschikking eerder. De werkwijze waarbij de inspecteur de belastingplichtige ‘bewust in het ongewisse’ had gelaten over welke informatie hij al had, schoot het doel van de informatiebeschikking voorbij, vond het hof.
Maar de advocaat-generaal (A-G) van de Hoge Raad kwam eerder al tot een andere conclusie. Er is geen enkele regel die voorschrijft dat de inspecteur alle informatie op tafel moet leggen die hij al in bezit heeft. Bij het opleggen van een informatiebeschikking moet hij wel de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (infographic) volgen, maar dat was hier volgens de A-G gebeurd. Ook was de rechtsbescherming niet geschonden door de werkwijze van de inspecteur. De Hoge Raad volgde dit oordeel. Dat de inspecteur niet alle kaarten op tafel legt, wil nog niet zeggen dat de belastingplichtige daardoor in zijn rechten wordt beperkt. Het hof had hier geen rekening mee gehouden. De Hoge Raad heeft de zaak daarom verwezen naar het gerechtshof in Amsterdam voor verdere behandeling.
Hoge Raad, 2 juli 2021, ECLI (verkort): 1045