Lager brutoloon voor AOW-gerechtigde is discriminatie

Een werkgever die aan een AOW-gerechtigde werknemer een lager brutoloon toekent dan aan een jongere werknemer kan zich schuldig maken aan verboden discriminatie op grond van leeftijd. Dit oordeelde het College voor de Rechten van de Mens.

15 februari 2021 | Door redactie

In de zaak ging het om een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst van rechtswege was geëindigd op het moment dat hij de AOW-gerechtigde leeftijd had bereikt. Vervolgens ging zijn werkgever een nieuwe arbeidsovereenkomst met hem aan. Daarbij stelde de werkgever zijn brutoloon (tool) naar beneden bij. Met het bereiken van de AOW-leeftijd daalde de verschuldigde loonbelasting en premie volksverzekeringen over het brutoloon. Hierdoor hield de werknemer na AOW-leeftijd een (vrijwel) gelijk nettosalaris over als hij daarvóór verdiende. Het College moest oordelen of er sprake was van leeftijdsdiscriminatie, nu het brutoloon van de werknemer lager was dan dat van zijn jongere collega’s in dezelfde functie. 

Gelijke beloning op basis van brutoloon

De werkgever gaf aan dat de man zonder de bijstelling naar beneden een aanzienlijk hoger nettosalaris zou ontvangen dan zijn niet AOW-gerechtigde collega’s. Door de bijstelling was volgens de werkgever dus juist sprake van gelijke beloning. Maar deze ‘nettoloonbenadering’ hield geen stand bij het College. Loon is de vergoeding die de werkgever aan de werknemer verschuldigd is voor de afgesproken arbeid. De bedragen die de werkgever afdraagt vanwege de loonbelasting en premie volksverzekeringen die werknemers zijn verschuldigd – en die bij de berekening van het brutoloon worden meegeteld – zijn ook te beschouwen als loon. Om te bepalen of sprake was van ongelijke behandeling moest dus worden gekeken naar het brutoloon. Dat was voor de werknemer aanzienlijk lager dan dat van zijn collega’s. En omdat het bereikt hebben van de AOW-gerechtigde leeftijd onlosmakelijk is verbonden met het bereikt hebben van een bepaalde leeftijd, oordeelde het College dat sprake was van leeftijdsonderscheid bij de beloning.

College voor de Rechten van de Mens, 22 december 2020, oordeelnummer: 120