Hof keurt payrollconstructie af voor omzeilen ketenbepaling

Het gerechtshof in Leeuwarden heeft een werkgever teruggefloten die de ketenbepaling probeerde te omzeilen met een payrollconstructie. Een werknemer kreeg toch recht op een vast contract.

25 september 2018 | Door redactie

De ketenbepaling regelt dat een werknemer vanaf het vierde contract of na twee jaar dienstverband recht heeft op een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Sommige werkgevers proberen dit vaste contract te voorkomen door de werknemer na drie tijdelijke contracten uit dienst te laten treden en hem vervolgens weer in te lenen via een payrollbureau. Payrollwerknemers kunnen namelijk als uitzendkrachten worden gezien en voor deze groep arbeidskrachten geldt een afwijkende ketenbepaling: zij kunnen 5,5 jaar in tijdelijke dienst zijn. Deze payrollconstructie wordt soms toegestaan, maar soms ook niet. Het hof heeft het onlangs in een zaak afgekeurd.

Hetzelfde werk, maar andere juridische werkgever

In deze zaak was een taxichauffeur na drie tijdelijke contracten ondergebracht bij een payroller, maar de chauffeur bleef wel zonder onderbreking dezelfde werkzaamheden uitvoeren voor het taxibedrijf. Deze constructie paste de organisatie ook bij diverse andere werknemers toe. Na een half jaar bij de payrollwerkgever kreeg de chauffeur te horen dat het taxibedrijf niet meer met hem verder wilde. Hij stelde dat hij eigenlijk inmiddels in vaste dienst was bij het taxibedrijf. De zaak kwam voor de rechter en die gaf de werknemer gelijk. In hoger beroep sloot ook het hof zich hierbij aan. De rol van het payrollbureau in de arbeidsrelatie was erg beperkt. Volgens het hof werd de payrollconstructie alleen gehanteerd om onder de ketenbepaling uit te komen en kon deze zodoende niet verhinderen dat een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd was ontstaan.

Kabinetsmaatregelen voor positie payrollwerknemer

Het kabinet wil in de toekomst een duidelijker onderscheid gaan maken tussen payrollwerknemers en uitzendkrachten. Hiervoor zijn maatregelen opgenomen in de Wet arbeidsmarkt in balans, die in 2020 in werking moeten treden. De linkse oppositiepartijen in de Tweede Kamer zien graag sneller verandering, maar voor het initiatiefwetsvoorstel dat zij indienden is geen Kamermeerderheid.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 7 augustus 2018, ECLI (verkort): 7135