Pensioenuitkering telt niet mee voor toets gebruikelijk loon

Om te checken of een directeur-grootaandeelhouder (dga) wel een 'gebruikelijk loon' krijgt van zijn bv, hoeft de belastinginspecteur alleen maar te kijken naar het salaris dat de dga krijgt voor zijn werk. Een pensioenuitkering uit de bv telt niet mee als loon, blijkt uit een uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch.

6 november 2017 | Door redactie

In deze zaak ging het om een dga die parttime advieswerk deed. In 2011 werd hij 65 jaar en kreeg hij naast zijn loon ook een pensioenuitkering van zijn bv. Daarom verlaagde de dga zijn salaris voor zijn werk voor de bv van € 60.000 naar € 30.000. Dat kwam de dga echter op een navorderingsaanslag (tool) voor de inkomstenbelasting te staan.

Dga moet een gebruikelijk loon krijgen

Volgens de inspecteur had de dga zich niet aan de regels voor gebruikelijk loon (tool) gehouden. Die regeling houdt in dat de dga in principe een vergoeding moet krijgen die overeenkomt met iemand die vergelijkbaar werk doet in loondienst.
Voor het hof draaide het vooral om de vraag wat er nu tot dat loon gerekend moet worden om na te gaan of er een gebruikelijk loon was betaald. De inspecteur vond dat daarvoor alleen het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking telde. Daarom had hij het opgegeven salaris van € 30.000 gecorrigeerd naar het ‘gebruikelijke’ niveau van € 42.000 (in dit geval € 60.000 maal de parttime-factor van 70%). De dga voerde juist aan dat de pensioenuitkering ook mee moest tellen. Met het loon én het pensioen samen zat hij namelijk ruim boven die grens van € 42.000.

Rechter vindt vergoeding dga niet zakelijk

Maar het hof ging daar niet in mee. De gebruikelijkloonregeling is ingevoerd om te zorgen dat dga’s een zakelijke vergoeding krijgen, en niet een heel laag salaris opgeven om zo minder belasting te betalen. Daarbij is het salaris dat de dga krijgt voor zijn werk doorslaggevend, en niet het totale beloningspakket, aldus het hof. Een salaris van € 30.000 vond de rechter niet zakelijk, want een willekeurige werknemer in loondienst die hetzelfde werk doet als de dga zou daar ook geen genoegen mee nemen. De navorderingsaanslag bleef dus in stand.
Gerechtshof ’s-Hertogenbosch, 12 oktober 2017, ECLI (verkort): 4426