OR trekt aan kortste eind in kort geding

De rechter heeft de vordering van de ondernemingsraad van de AB Transport Group afgewezen. De OR spande een kort geding aan tegen de werkgever om de invoering van een vierdaagse werkweek tegen te houden.

27 januari 2017 | Door redactie

De OR spande een kort geding aan tegen de werkgever vanwege een langslepend conflict over de invoering van een vierdaagse werkweek. De kantonrechter wees de vordering van de OR om de invoering van de vierdaagse werkweek te voorkomen af. Volgens de rechter hadden de bezwaren van de OR en vakbonden vooral betrekking op de manier waarop het vierdagensysteem is ingevoerd. De inhoudelijke bezwaren over het werken op zaterdagen en in gebroken werkweken, waren volgens de rechter onvoldoende dringend en zwaarwegend.
(ECLI verkort: 186)

OR kan bodemprocedure starten

In een geval als dit kan een OR besluiten om een bodemprocedure te starten. Alles wat van belang is voor de zaak wordt dan grondig uitgezocht (tot op de bodem). Dat is bij een kort geding niet het geval omdat de rechter de zaak met spoed behandelt. De uitspraak van een kort geding is daarom alleen een voorlopige uitspraak, die geldt totdat er een definitieve uitspraak is gedaan in de bodemprocedure (of hoger beroep). Een bodemprocedure duurt gemiddeld en exclusief hoger beroep enkele maanden tot één jaar.

OR moet ook relatie met werkgever in het oog houden

De vraag is of een OR er in een situatie als deze goed aan doet om het geschil tussen de OR en de bestuurder (tool) verder uit te vechten via de rechter. Gezien het oordeel van de kantonrechter is de kans in dit geval groot dat de OR en vakbonden bij een bodemprocedure opnieuw aan het kortste eind trekken. Bovendien is zo’n procedure natuurlijk niet bevorderlijk voor de toekomstige samenwerking en relatie met de werkgever. Win voor de start van zo’n procedure altijd eerst advies in bij een jurist.