Uniformering partnerpensioen in zicht

In het pensioenakkoord dat het kabinet en de sociale partners op 5 juni 2019 sloten, zijn afspraken gemaakt over een ingrijpende vernieuwing van het pensioenstelsel. Eén van de regelingen die verandert, is het partnerpensioen, zo blijkt ook uit de Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord van 22 juni 2020.

23 juni 2020 | Door redactie

In het pensioenakkoord is afgesproken dat er straks één uniform partnerpensioen komt voor alle pensioenregelingen. Alle pensioenregelingen moeten hierop dus worden aangepast. Voortvloeiend uit de afspraken in het pensioenakkoord heeft de Stichting van de Arbeid (StvdA), een overlegorgaan van werkgevers en werknemers, op 17 juni 2020 advies uitgebracht over het nabestaandenpensioen. Daaruit volgt een aantal wijzigingen:

  • De hoogte van het pensioen is nu vaak 49% van de pensioengrondslag (pensioengevend salaris minus franchise). Dat wordt bij uniformering maximaal 50% van het salaris. De onduidelijkheid van de franchise wordt zo weggenomen en ook voor de lage en middeninkomens komt er een goede dekking.
  • Het maakt niet meer uit hoelang iemand in dienst geweest is: de koppeling hoogte pensioen en aantal dienstjaren wordt losgelaten. Dit zorgt voor veel meer duidelijkheid voor de werknemer en voor een betere aansluiting bij baanwisseling.
  • Ongeacht het moment van overlijden van de partner, zal het pensioen levenslang worden uitgekeerd.
  • Het pensioen wordt op risicobasis verzekerd, zodat voor iedereen duidelijk is hoe hoog de dekking van het nabestaandenpensioen is: namelijk de genoemde 50% (maximaal) van het salaris.
  • Het wezenpensioen bedraagt maximaal 20% van het partnerpensioen en loopt tot het 25e levensjaar, ook op advies van de StvdA.

Aan het huidige partnerpensioen kleven bezwaren

De uniformering van het partnerpensioen is noodzakelijk omdat er aan het huidige partnerpensioen een aantal bezwaren kleven. Zo is het uitgangspunt nu dat de nabestaande ook recht heeft op een ANW-uitkering, terwijl dat niet altijd het geval is. Daarnaast verschilt de wijze van verzekeren per pensioenregeling. Daardoor is bijvoorbeeld een partnerpensioen niet altijd verzekerd als de werknemer uit dienst gaat, terwijl iemand hiervan vaak niet (voldoende) op de hoogte is. Ook de voorwaarden verschillen per pensioenregeling. Bij sommige pensioenuitvoerders moet de deelnemer een partner bijvoorbeeld expliciet aanmelden, soms volstaat een samenlevingsovereenkomst en soms moet er minstens zes maanden zijn samengewoond.

Download de complete Hoofdlijnennotitie uitwerking pensioenakkoord (pdf), zodat u snel de achtergrondinformatie bij de hand heeft.