Herstelvermogen bepaalt risico op burn-out

Hoe groot de schade is die organisaties lijden door werkstress, hangt af van de wijze waarop dat gemeten wordt. Het individuele herstelvermogen van de werknemer speelt ook een rol bij het risico op een burn-out. Ook moet verder gekeken worden dan de werknemer zelf.

6 november 2015 | Door redactie

Werkstress kan leiden tot langdurend verzuim en kost organisaties dus veel geld. Toch blijkt het voor werkgevers moeilijk om werkstress uit te bannen. De gevolgen ervan worden dan ook vaak gebagatelliseerd. Werkgevers stellen werknemers die geen last van werkstress hebben als norm en roepen soms zelfs dat stress een keuze is. Om de schade door werkstress te bepalen, wordt gebruikt gemaakt van de Workability Index. Daarin kunnen werknemers aangeven waar ze last van hebben, welke factoren hun werk beïnvloeden, en wordt hun werkvermogen berekend.

Meer risico op burn-out

Maar niet alleen wat iemand nog kan, is van invloed. Hoe lang het duurt voordat een werknemer hersteld is en weer op volle kracht mee kan draaien, moet meegenomen worden om de schade te bepalen. Wie langzaam of moeizaam herstelt, loopt meer risico op een burn-out (tool). Als de werkgever hier niet op inspeelt, kan zo iemand langdurig uitvallen. Organisaties moeten de werknemer die hersteltijd wel geven. Ten slotte moeten organisaties kijken hoe ze hun werkprocessen inrichten. Let er dus op dat de werkgever weet dat hij werkstress niet even snel kan oplossen met alleen een cursus yoga of mindfulness.