Alleen kleine wijzigingen na evaluatie werkkostenregeling

De werkkostenregeling (WKR) gaat niet op de schop. Dat blijkt uit een reactie die staatssecretaris Snel van Financiën naar de Tweede Kamer stuurde naar aanleiding van de evaluatie van de WKR. Wel zijn er concrete plannen voor een aantal kleine wijzigingen.

26 maart 2018 | Door redactie

Onlangs zijn de uitkomsten bekendgemaakt van de Evaluatie werking Werkkostenregeling (pdf) die onderzoeksbureau Panteia vorig jaar in opdracht van het kabinet heeft uitgevoerd. In het Belastingplan 2015 was bepaald dat in elk geval het noodzakelijkheidscriterium geëvalueerd moest worden, maar sindsdien was al besloten dat de evaluatie breder zou worden aangepakt.

Drie conclusies uit de evaluatie

Het rapport bevat drie conclusies:

  1. De werkkostenregeling heeft niet de gewenste administratieve of praktische voordelen met zich meegebracht, maar is over het algemeen ook niet complexer dan de oude regels voor vergoedingen en verstrekkingen.
  2. Veruit de meeste werkgevers blijven binnen de vrije ruimte (tool) en hoeven dus geen 80% eindheffing te betalen.  De vrije ruimte is toereikend. Wordt de vrije ruimte een keer wel overschreden, dan komt dat meestal door een personeelsfeest (tool) of bedrijfsjubileum.
  3. Het noodzakelijkheidscriterium werkt goed voor de apparatuur en gereedschappen die er nu onder vallen. Dit is zeker een vereenvoudiging ten opzichte van de oude regelingen, maar op administratief vlak heeft het niet tot een lastenverlichting geleid. Er is bij de meeste werkgevers geen wens of noodzaak om het aantal middelen dat onder het criterium valt, uit te breiden.

Kleine vereenvoudigingen in de werkkostenregeling

Staatssecretaris Snel van Financiën heeft via een brief aan de Tweede Kamer op de evaluatie gereageerd. Het kabinet sluit aan bij de conclusie van het onderzoek dat dit niet het moment is om de werkkostenregeling compleet binnenstebuiten te keren. Werkgevers zijn gebaat bij rust rond de WKR. Het kabinet stelt wel een paar kleine vereenvoudigingen voor. Zo wil de staatssecretaris onderzoeken of er draagvlak is voor de volgende aanpassingen:

  • Vergoedingen en verstrekkingen waarvoor een gerichte vrijstelling (tools) geldt, hoeven niet langer te worden aangewezen als eindheffingsbestanddeel.
  • De werkgever mag het loonvoordeel uit de verstrekking van maaltijden via een steekproef vaststellen. Dat hoeft dus niet meer voor elke individuele maaltijd.
  • Er komt weer een normrente om het voordeel van personeelsleningen (tool) te berekenen, in plaats van de marktrente die de werkgever nu moet bijhouden.
  • Het Handboek Loonheffingen (tools) gaat meer duidelijkheid geven over de combinatie van een eigen bijdrage van werknemers en het noodzakelijkheidscriterium.