Werkgever mag loon inhouden bij staking

Als werknemers staken, is de werkgever gerechtigd om hun loon in te houden. Volgens de wet geldt in principe de regel: geen arbeid, geen loon. Maar wat als het gaat om een publieksvriendelijke staking? De bussen rijden dan wel, maar er is geen controle op de kaartjes bijvoorbeeld. Bij Gerechtshof Amsterdam was hierover onlangs een uitspraak.

9 februari 2016 | Door redactie

Tijdens de cao-onderhandelingen voor het openbaar vervoer, hadden sommige chauffeurs gestaakt door middel van publieksvriendelijke acties. De organisaties liepen daardoor schade op en kortten de stakers op hun loon. De vakbonden vonden dat de werkgevers deze loonkorting moesten terugbetalen, omdat de werknemers wel gewoon hadden gewerkt en er bij gelijksoortige acties geen loonkortingen waren toegepast. De kantonrechter ging daarin niet mee en de bonden stapten naar het gerechtshof Amsterdam.

Geen volledige aanspraak op loon

Het hof oordeelde dat de organisaties schade hadden opgelopen door de acties. De acties waren weliswaar publieksvriendelijk, maar doordat de vervoersbewijzen niet werden gecontroleerd, hadden de werkgevers ook een hoop inkomsten misgelopen, terwijl er gewoon kosten waren gemaakt. De werknemers gingen wel aan het werk, maar hadden daarbij niet al hun werkzaamheden uitgevoerd. Ze konden daarom ook niet rekenen op een volledige aanspraak op hun loon.

Werkzaamheden waren niet uitgevoerd

Het hof concludeerde dat de acties rechtmatig waren en dat er van een schadevergoeding geen sprake was. De werkgevers mochten salaris inhouden als de afgesproken werkzaamheden niet waren uitgevoerd en de hoogte van de schade speelde wel een rol bij het bepalen van de hoogte van de inhoudingen van werknemers die deels hun werk niet hadden gedaan. Daarmee sloot het hof zich aan bij het eerdere oordeel van de kantonrechter. Betaalt een werknemer contributie aan een vakbond (tool) en heeft die vakbond de staking uitgeroepen, dan kan de werknemer meestal compensatie krijgen via de stakingskas van de vakbond.
Gerechtshof Amsterdam, 19 januari 2016, ECLI (verkort): 96